De Hawksbill Turtle of Karet is een omnivoor; het voedsel bestaat dus zowel uit
plantaardig als dierlijk materiaal. Uit onderzoek van de afgelopen jaren is
gebleken dat het hoofdvoedsel van de Karet bestaat uit sponzen die op
koraalriffen groeien. Dit verklaart waarom dit dier voornamelijk op tropische
koraalriffen wordt aangetroffen. Het is aannemelijk dat deze schildpad, als een
van de belangrijke consumenten van deze sponzen, ook een belangrijke rol speelt
in de ecologie en de instandhouding van het koraalrif. Sponzen bestaan voor een
groot deel uit glas in de vorm van zeer kleine glazen stekels, de zgn. spiculae,
die uit silicaten zijn opgebouwd. De darmwanden van deze schildpadden zijn
letterlijk bezaaid met dergelijke spiculae, wat voor dit dier blijkbaar een
normale conditie is. Hoewel het voedsel voornamelijk uit sponzen bestaat eet dit
dier ook ander dierlijk voedsel zoals tunicaten en schaaldieren en ook enig
plantaardig voedsel, zoals verschillende soorten zeewier. Evenals sommige andere
zeeschildpadden eet de Hawksbill ook kwallen. Zo is bekend dat dit dier zelfs
Portugese oorlogsschepen, een zeer gevaarlijk soort kwal (Physalia physalia),
eet; het sluit daarbij de ogen om deze tegen de netelcellen van de kwal te
beschermen. Op de Sargassum-wier vlaktes aan de Noordkusten van Curaçao en Aruba
en de Noord- en Oostkust van Bonaire zoeken veel Hawksbills hun voedsel. De
Hawksbill is een typisch tropische schildpad. Waarschijnlijk houdt dit verband
met de voedingswijze. Hoewel dit dier ook van ander voedsel kan leven, is het in
de natuur waarschijnlijk toch in hoge mate afhankelijk van de beschikbaarheid
van de sponzen die men op tropische koraalriffen aantreft. Bij tijd en wijle
wordt de Hawksbill ook in koudere wateren aangetroffen, zelfs tot b.v.
Massachussets en Zuid-Brazilië, doch dit zijn uitzonderlijke gevallen. De
Hawksbill nest alleen op tropische stranden en heeft daarbij vaak een voorkeur
voor kleine stranden die meestal niet door de andere soorten zeeschildpadden
gebruikt worden. De Hawksbill nest ook op de Benedenwindse Eilanden. Op Bonaire
zijn nesten bekend te Klein Bonaire, Sorobon, Saliña, e.a. Op Curaçao komen deze
voor op Klein Curaçao, terwijl soms ook nesten op baaien aan de Zuidkust
gevonden zijn. Het lijkt aannemelijk dat deze soort ook sommige strandjes aan de
Noordkust gebruikt. Op Aruba nest de Hawksbill waarschijnlijk aan de stranden
aan de Noordkust. De periode van eieren leggen op deze eilanden is van juli t/m
september.
De hoornplaten van het schild van de Karet worden onder meer gebruikt voor het
maken van sieraden. In vroeger jaren werden ook brilmonturen en lampekappen van
dit materiaal gemaakt. Invoer van deze produkten is thans in de meeste landen,
waaronder ook de Nederlandse Antillen, verboden. De Karet is een van de
schildpadden die schrikbarend in aantal achteruitgegaan is; deze soort is na de
Kemp's Ridley de meest bedreigde zeeschildpadsoort. Niettemin zijn er in het
Caribisch gebied in de periode 1971 - 1992 grote aantallen hawksbills gevangen
t.b.v. de handel in karet; alleen al naar Japan werden er 368.000 kilo van deze
hoornplaten geëxporteerd. Daar een volwassen Hawksbill maximaal 4 kg hoornplaten
kan leveren, en de gemiddelde Hawksbill uiteraard kleiner is en minder
hoornplaten levert, betekent dit dat er, alleen al voor deze export, zeker meer
dan 250.000 exemplaren moeten zijn gevangen sinds 1971. Maart 1992 werd de
import van karet in Japan stopgezet.
De Engelse naam Hawksbill houdt verband met de snavelachtige bek. De naam Karet
stamt uit de Carib talen van Venezuela en Guyana en uit het zgn. Island Carib,
een Aruac taal die op de Kleine Antillen gesproken werd. De Hawksbill is eetbaar.
In sommige streken kan het vlees soms echter giftig zijn. Dit wordt
waarschijnlijk veroorzaakt dooropeenhoping van natuurlijke gifstoffen via de
voedselketen.