Schildpadden behoren tot de reptielen, evenals de slangen, krokodillen en
hagedissen. De reptielen behoren tot de zgn. koudbloedige dieren. Deze term is
echter enigszins misleidend. De temperatuur van de dieren varieert met de
buitentemperatuur: door bij koud weer de warmte op te zoeken en bij warm weer de
koelte, kunnen zij hun lichaamstemperatuur toch in zekere mate reguleren. De
lichaamstemperatuur bij reptielen varieert echter veel sterker dan die van
zoogdieren en vogels, welke hun lichaamstemperatuur, binnen een bereik van 1 à
1,5 ºC constant houden. Doordat reptielen geen constante lichaamstemperatuur
kunnen handhaven, zijn zij, wanneer het koeler is, vaak slomer en niet tot grote
activiteit of topprestaties in staat. Daarentegen hebben zij veel minder voedsel
nodig dan zoogdieren of vogels van vergelijkbare grootte; hun energieverbruik
ligt immers veel lager. Een middelgrote krokodil van 2 à 2,5 m en een gewicht
van rond de 80 à 100 kilo heeft genoeg aan twee of drie kippen per week. Voor
een mens van 80 kilo zou dit veel te weinig zijn (wel kan dezelfde krokodil in
één maal een grote portie naar binnenwerken, daarna hoeft het dier dan geruime
tijd niet meer te eten). Wanneer er weinig of geen voedsel is hebben reptielen
een hogere overlevingskans dan zoogdieren of vogels; zij kunnen veel langer op
hun voedsel en vetreserves interen.
De schildpadden vormen geologisch gezien een zeer oude groep. In Duitsland en
Thailand werden in sedimenten uit het Trias reeds fossiele schildpadden
aangetroffen; deze fossielen zijn bij benadering meer dan 200 miljoen jaar oud.
Uit het Krijt zijn reeds vele soorten zeeschildpadden bekend. Thans zijn er
ongeveer 257 soorten schildpadden. Het precieze aantal, dat men in diverse
boeken als opgave van het aantal thans levende schildpadden aantreft, varieert,
daar er vaak verschil van mening bestaat of een bepaalde schildpadsoort een
aparte soort op zich is, of als een rasvariëteit van een andere soort beschouwd
dient te worden. Zo zijn er 7 of 8 soorten zeeschildpadden, rond de 55 soorten
landschildpadden en rond de 195 soorten zoetwaterschildpadden.
Het meest opvallende kenmerk van de schildpadden is het harde (of soms ook
flexibele) pantser, dat deze dieren duidelijk van de andere reptielen
onderscheidt. Het harde pantser maakt dat de borstkas niet kan meewerken bij de
ademhaling en er dus andere aanpassingen vereist zijn. De ademhaling vindt
plaats via beweging van de huid en spieren tussen de nek en de voorpoten, die de
longen ventileren. Een groot aantal waterschildpadden kan ook water via de
cloaca binnenlaten en, via de wand van de einddarm, zuurstof uit het water
opnemen. Wanneer de dieren actief zijn is deze zuurstof bij lange na niet
toereikend; liggen zij echter onder water te slapen, of zijn zij in winterslaap,
dan kunnen zij op deze wijze zeer lang onder water blijven. Veel
waterschildpadden kunnen bij het duiken of verblijf onder water hun hartslag
vertragen (bradycardia) en zo hun energieverbruik beperken. Niettemin kunnen
schildpadden toch verdrinken. Indien zij onder water ergens in verstrikt raken
en zich moeten loswerken, kan het voorkomen dat zij teveel zuurstof verbruiken
en stikken.
Schildpadden leggen eieren evenals andere soorten reptielen. Het aantal kan van
soort tot soort sterk verschillen. De Afrikaanse Pan-cake Tortoise (Malacochersus
tornieri) legt slechts een ei, terwijl b.v. een grote Karetschildpad er rond de
240 kan leggen. De schaal en de vorm van de eieren kan van soort tot soort sterk
verschillen. De eieren kunnen rond, ovaal of langwerpig zijn. Bij veel soorten
is de schaal flexibel. Bij landschildpadden uit droge gebieden is de eischaal
vaak dikker en harder, om uitdroging tegen te gaan. Deze eieren zijn echter veel
breekbaarder; zij worden bij het leggen in een dikke mucus uitgescheiden,
waardoor zij langs elkaar heen kunnen glijden en de kans op breuk kleiner is.
Ook de incubatietijd van de eieren verschilt van soort tot soort.
Bij vele soorten schildpadden wordt de sexe van de jongen vreemd genoeg bepaald
door de temperatuur tijdens het uitbroeden. Dit noemt men TSD (Temperature
dependant Sex Determination)[1]. Er blijken twee verschillende TSD patronen te
zijn. Bij een aantal soorten worden bij lage temperaturen mannetjes geboren en
bij hoge temperaturen vrouwtjes. Bij weer andere soorten worden bij lage
temperaturen vrouwtjes, bij iets hogere mannetjes en bij nog hogere temperaturen
weer vrouwtjes geboren. TSD komt voor bij een groot aantal soorten schildpadden,
waaronder alle zeeschildpadden. Ook bij andere reptielen wordt dit verschijnsel
aangetroffen. Waarschijnlijk komt het voor bij alle soorten krokodillen, het is
ook geconstateerd bij enkele soorten hagedissen, maar niet bij slangen.
Niet alle soorten schildpadden kennen TSD. Bij de Soft-shelled turtles en de
Giant Musk turtle wordt de sexe uitsluitend genetisch bepaald (GSD, Genetic Sex
Determination).
De groei van individuele schildpadden van dezelfde soort kan sterk verschillen.
Bij de meeste soorten groeien de vrouwtjes sneller dan de mannetjes en worden
zij groter. Bij een aantal zoetwaterschildpadsoorten wordt het vrouwtje zelfs
veel groter. Bij de Galapagos reuzenschildpadden echter zijn het de mannetjes
die groter worden. Bij de meeste schildpadsoorten hebben de volwassen mannetjes
een langere staart. Bij mannelijke volwassen zeeschildpadden en sommige soorten
zoetwaterschildpadden is deze staart opvallend lang.
De meeste schildpadden zien goed, doch hebben een slecht gehoor; wel voelen zij
trillingen via de grond. Schildpadden maken vrijwel geen geluid. Enkele soorten
maken geluiden bij het paren.
De meeste schildpadden kunnen vrij oud worden. Dit kan echter van soort tot
soort verschillen. De Red-eared Slider (Trachemys spp.) kan een leeftijd
bereiken van 47 jaar. De Box Turtles (Terrapene spp.) kunnen in ieder geval meer
dan 100 jaar oud worden. De landschildpadden die op deze eilanden het meest als
huisdier worden gehouden (Geochelone denticulata en Geochelone carbonaria) kunnen zeker 70 à 80 jaar oud worden. Bij exemplaren boven de 40 jaar is meestal
wel te zien dat het oudere exemplaren betreft: de hoornplaatjes op de kop zijn
dunner en iets ingedeukt en de schilden glad afgesleten zodat de groeirichels op
de hoornplaten niet meer duidelijk zichtbaar zijn. Van de meeste soorten is
echter niet bekend hoe oud deze kunnen worden. Er zijn maar enkele goed
gedocumenteerde gevallen. In 1776 nam kapitein James Cook een kleine Radiated
Tortoise (Geochelone radiata) mee van Madagascar, welke hij later op zijn reis
cadeau gaf aan de koningin van Tonga. Deze schildpad kreeg de naam Tui Malila.
Tui Malila kwam in mei 1966 om het leven bij een noodlottige val van een trap.
Deze schildpad is dus tenminste 189 jaar oud geworden. Het dier had een zeer
bewogen leven achter de rug; het had tenminste één bosbrand overleefd en het
schild was zwaar beschadigd door een trap van een paard. De laatste levensjaren
was het dier blind en werd het met de hand gevoed. Van de meeste, ook rondom
onze eilanden voorkomende, zeeschildpadden wordt aangenomen dat zij tenminste 70
à 80 jaar oud kunnen worden. De Leatherback kan zeer waarschijnlijk meer dan 100
jaar oud worden. Concrete bewijzen hiervoor zijn er echter niet[2]. Merktekens
blijven meestal niet langer dan enkele jaren op de dieren zitten en inkervingen
op het schild, zoals men die in de Verenigde Staten wel eens op Box Turtles
aantreft, kunnen ook later door grappenmakers zijn aangebracht.