De Leatherback (of Leathery Turtle) wordt in het Papiamentu Driekiel genoemd (in
de fonologische spelling wordt dit als Drikil geschreven). Het dier heeft een
flexibel pantser van leer met in de lengte zeven richels. De bovenste drie
richels zijn hoger dan de andere en zijn vaak zichtbaar als het dier aan de
oppervlakte ligt. De naam Driekiel is echter verwarrend omdat vooral de
juvenile, maar soms ook vrij grote, Loggerhead Turtles duidelijk drie richels op
de rug hebben. Bij grote exemplaren zijn deze richels minder duidelijk te zien.
De naam Driekiel wordt in het Papiamentu soms ook gebruikt voor exemplaren van
de Loggerhead of Cawama. In Venezuela gebruikt men de namen Tortuga de Cuero of
Laúd[5] en wordt ook de naam Tres Quillas gebruikt voor de Leatherback.
In het Sranang tongo wordt de Leatherback Aitkanti of ook wel Sixikanti genoemd.
De naam Aitkanti (afgeleid van het Engels eight en het Nederlands kanten), omdat
het leren schild als het ware uit acht vlakken bestaat, indien men de twee
vlakken aan de onderzijde meetelt. Sixikanti slaat op de zes vlakken die men
ziet als men alleen het bovenschild beschouwt en de onderzijde buiten
beschouwing laat (het schild heeft zeven richels).
De Leatherback is verreweg de grootste van alle zeeschildpadden. Dit dier kan
een gewicht van 500 - 600 kg of meer bereiken. In september 1988 raakte een zeer
grote mannetjes Leatherback nabij Harlech beach, Gwyneed, Wales in vislijnen
verstrikt; het dier werd door vissers bevrijd, maar werd de volgende dag dood op
het strand aangetroffen. Dit dier bleek maar liefst 916 kg te wegen en was
daarmee de grootste Leatherback die ooit werd aangetroffen (Louis Agassiz heeft
in 1857 melding gemaakt van exemplaren die een ton of meer gewogen moeten hebben,
deze zijn echter niet gewogen).
De Leatherback is een schildpad die in open zee leeft en een pelagische soort
is. Het zijn snelle zwemmers. Hun voedsel bestaat uit kwallen en tunicaten (manteldieren).
De Leatherback heeft een wijde verspreiding: het dier nest in de tropen maar
komt voornamelijk in de gematigde zones en soms zelfs tot in het subarctisch
gebied voor. Dit hangt samen met het voorkomen van het belangrijkste voedsel,
kwallen, die men vooral in koudere wateren aantreft. Voor het uitbroeden der
eieren is zonnewarmte nodig en daarom nest het dier in de tropen. Op hun tochten
naar de nestgronden, waar zij zich in tropische wateren bevinden waar kwallen
schaars zijn, eten de dieren langere tijd zeer weinig of niets.
Bij onderzoekingen in de wateren rond St. Croix werden Leatherbacks voorzien van
een registrerende dieptemeter zodat hun bewegingen onder water gevolgd konden
worden. Deze dieptemeters werden aangebracht op nestende vrouwtjes. Daar de
Leatherback niet alle eieren in één keer legt, maar met tussenpozen van negen à
tien dagen gedurende een seizoen, enkele keren terugkeert om weer op hetzelfde
strand te nesten, konden deze dieptemeters terugverkregen worden. Het bleek dat
de dieren zowel 's nachts als overdag vrijwel continu duiken, en slechts weinig
tijd aan de oppervlakte doorbrengen. Vele van deze duiken gaan zeer diep, tussen
de 150-200 m. Een mogelijke verklaring is dat de dieren bij hun nachtelijke
duiken naar de Deep Scattering Layer (D.S.L.) duiken. De DSL is een zone van
planktonorganismen in het diepere water. Vele in het water zwevende dieren,
waaronder ook kwallen, hangen in deze zone. Gedurende de nacht komt de DSL omhoog. Op een echosounder zijn deze zwevende organismen zichtbaar als een
doorzichtige laag, die een deel van het geluid, dat de echosounder uitzendt,
reflecteert. Mogelijk duiken de dieren naar deze laag toe om hier kwallen e.d.
te bemachtigen, die zij in tropische wateren aan het oppervlak nauwelijks
aantreffen. Misschien ook zoeken de dieren, die aan koudere wateren aangepast
zijn, enige afkoeling door naar de koudere wateren in de diepte te duiken
wanneer zij zich in tropische wateren bevinden. In enkele gevallen doken de
dieren veel dieper weg en werden zelfs duiken tot respectievelijk 1100 en 1300 m
diepte ge- registreerd (De grootste diepte tussen Curaçao en Venezuela bedraagt
ongeveer 1300 m.). Deze zeer diepe duiken zijn mogelijk manoeuvres om predatoren
zoals haaien en orca's te ontwijken. Wanneer er gevaar dreigt, duikt de
Leatherback zeer snel verticaal naar beneden en verdwijnt in het zwart van de
diepte. Het leren schild dat in tegenstelling tot de harde schilden van de
andere soorten zeeschildpadden samendrukbaar is, maakt dergelijke diepe duiken
mogelijk.
Fig. 1. Eierleggende Leatherback. De staart
steekt in het uitgegraven gat. Eagle Beach, Aruba, 1993.
De Leatherback nest slechts zeer incidenteel op de Benedenwindse eilanden en
wordt in de wateren rond deze eilanden slechts zeer zelden gesignaleerd. Eind
april 1988 werd bij Lagún op Bonaire een nestend exemplaar gevangen. In de
wateren rondom de Bovenwinden is deze schildpad algemener en is wel eens op St.
Eustatius op het strand waargenomen. In 1960 kwam er één op St. Maarten aan de
kant. Op St. Croix bevindt zich een nestplaats te Sandy Point; hier nesten
jaarlijks zo'n 20-40 broedende vrouwtjes. De belangrijkste broedplaatsen van de
Leatherback in het Caraibisch gebied bevinden zich in Suriname, Frans Guyana,
Trinidad en de Dominikaanse Republiek.
De Leatherback is eetbaar, maar van alle zeeschildpadden is de kwaliteit van
deze soort het minst. In veel gebieden wordt hij als oneetbaar beschouwd. Het
vlees kan soms giftig zijn. De eieren van deze soort zijn zeer geliefd voor de
consumptie.