De Loggerhead is voornamelijk carnivoor. Hun voedsel is zeer veelzijdig. Deze
dieren eten schelp- en schaaldieren, krabben, vis, kwallen en bepaalde soorten
sponzen. Zo is bekend dat grote Loggerheads Carcoschelpen (Strombus gigas) kunnen vermorzelen als waren het potato chips. Soms ook zouden zij de bovenkant
van de schelp afbijten en het dier naar buiten trekken. Soms eten ze ook algen.
De Loggerhead heeft een wijde verspreiding en komt ook in subtropische wateren
voor. Zij nesten op stranden tot in North Carolina en worden in het
Westatlantisch gebied tot in Nova Scotia en Argentinië aangetroffen.
De Loggerhead nest meestal op stranden op het vasteland en heeft, hoewel zij ook
in de tropen nesten, een voorkeur voor subtropische gebieden. Zij nesten zelden
of nooit op oceanische eilanden. Zowel op Curaçao als Bonaire werden nesten van
Loggerheads gevonden. Het is mogelijk dat de Loggerhead soms ook op Klein
Curaçao nest; de periode van eieren leggen zou wat vroeger vallen dan bij de
Hawksbill, n.l. van mei t/m juli. Op Bonaire werden in 1987 bij Lac Loggerhead
hatchlings waargenomen. Op 30 juli 1991 werden door Mevr L. van der Kar, bij
Playa Mansaliña, ten Westen van Boca Tabla, aan de Noordkust van Curaçao,
Loggerhead hatchlings waargenomen die uit het nest kropen. Op 21 juni 1993
werden, bij dezelfde baai, door personeel van Stinapa wederom Loggerhead
hatchlings waargenomen die overdag uit het ei kropen.
Het vlees van de Loggerhead is eetbaar, maar bevat meer pezen dan dat van de
Green Turtle. De Loggerhead heeft, zoals de naam al aangeeft, een opvallend
grote kop.
De Papiamentu naam Cawama is afkomstig uit de Caribtaal van Guyana, het Karina
en uit het zgn. Island Carib, een Aruac taal met Carib invloeden, die op de
Kleine Antillen gesproken werd (Karina: Kahuame, Island Carib: Kahuame). Het
Spaans en het Frans gebruiken deze naam ook Sp: Cahuama, Caguama Fr: Caouanne.