CaribSeek

CaribSeek Books
CaribSeek


 

De Schildpadden van Curaçao en Bonaire | Foto Galerij

 

Sponsors

 
Podocnemis
Op Bonaire zijn overblijfselen van een Podocnemis schildpad gevonden (Mac Donald, Holman en Eshelman). Deze overblijfselen lijken identiek te zijn aan de Orinocoschildpad (Podocnemis expansa). Dit is een typische Zuidamerikaanse zoetwaterschildpad, die wordt aangetroffen in het stroomgebied van de Orinoco en de Amazone. De Orinocoschildpad, is de grootste van een aantal Zuidamerikaanse Podocnemis soorten; de mannetjes bereiken doorgaans een schildlengte van 50 cm en de vrouwtjes 80 cm. Deze dieren kunnen echter groter worden; de maximum schildlengte die bekend is, bedraagt 107 cm. Dit is zeer waarschijnlijk het schild van een vrouwtjesdier. Podocnemis expansa is een typische rivierschildpad, die al vanaf het Mioceen bekend is. In Venezuela wordt deze schildpad Arrau genoemd en in Brazilië Tartaruga grande da Amazonas. De vraag is nu; hoe komt zo een typische rivierschildpad op Bonaire terecht? Het fossiel dateert uit dezelfde periode als het 2e Midden terras, waarschijnlijk uit het laat Pleistosceen (ruwweg 0,3 - 0,7 miljoen jaar geleden). Het dier is dus niet door de mens naar Bonaire gebracht.

Het is bekend dat verreweg de meeste zoetwaterschildpadden (en zeker een typische rivierschildpad zoals de Arrau) absoluut geen zout water kunnen verdragen. Vreemd genoeg kunnen landschildpadden gemakkelijker over zee op eilanden aanspoelen dan zoetwaterschildpadden. De landschildpadden hebben een praktisch ondoorlaatbare huid die hen op het land tegen uitdroging beschermd. Indien zij in het water terecht komen blijven zij, zij het geheel ondergedompeld, drijven. Bovendien zijn zij veelal aangepast aan meer aride omstandigheden en kunnen zij vaak vele dagen in leven blijven zonder te hoeven drinken. De zoetwaterschildpadden daarentegen hebben een veel dunnere huid, in zout water drogen zij vrijwel onmiddellijk uit en komen om. Er zijn vele voorbeelden van landschildpadden die verre eilanden hebben weten te koloniseren (b.v. de Galapagos, Aldabra en ook Mauritius, Reunion, Rodriguez en de Seychelles, waar deze schildpadden door de mens uitgeroeid werden). De kolonisatie van eilanden door zoetwaterschildpadden is echter veel meer gelimiteerd. Er zijn een aantal soorten zoetwaterschildpadden, die over een wat dikkere huid beschikken dan andere soorten, die relatief nabijgelegen eilanden hebben weten te bereiken (b.v. de Trachemys spp. die de Grote Antillen gekoloniseerd hebben). Verafgelegen eilanden zijn echter, voor zover bekend, nimmer via het water door zoetwaterschildpadden gekoloniseerd.

Het kan zijn dat de Bonairiaanse Podocnemis een dood exemplaar was, dat vanuit het vasteland over zee op een strand is aangespoeld. Bonaire ligt (thans) slechts 85 km van het vasteland.

Een andere mogelijkheid is dat het hier een zout- of brakwater Podocnemis soort betrof. Hoewel alle thans levende Podocnemis soorten typische zoetwaterschildpadden zijn, is het niet uitgesloten dat er vroeger zout- of brakwater variëteiten geweest zijn. Zo werden op Puerto Rico overblijfselen van een Podocnemis schildpad in marine sedimenten, die karakteristiek zijn voor lagunes en kustwateren, aangetroffen (Wood). Deze Podocnemis was wellicht een zout- ofbrakwatervorm. De schildpad stamt echter uit een vroegere periode nml. het midden- of laat- Oligoceen, of wellicht het vroeg Mioceen. De op Bonaire gevonden Podocnemis, lijkt echter zeer veel op, c.q. is identiek aan Podocnemis expansa, een typische zoetwaterschildpad die absoluut geen zout water verdraagt.

Mogelijk ook heeft Bonaire binnen het bereik of de invloedssfeer van een grote Zuidamerikaanse rivier gelegen. De klimatologische omstandigheden waren gedurenden een groot deel van het Pleistosceen in deze regio veel vochtiger en ook de loop en afwatering van de rivieren in Noordwest Venezuela zal anders geweest zijn. Onder zulke omstandigheden zou Podocnemis expansa dit eiland levend hebben kunnen bereiken, wellicht drijvend op een boomstam of vlot van vegetatie, en zou er zich op het eiland een populatie van deze dieren hebben kunnen vestigen. Ook zou het gevonden fossiel deel hebben kunnen uitmaken van een populatie die zich al eerder op het eiland gevestigd had, maar waarvan vooralsnog geen eerdere fossiele resten gevonden zijn.

Bij Urumaco in de staat Falcón in Venezuela liggen grote pakketten sedimenten die dateren uit het Boven-Krijt tot aan het midden van het Plioceen. De bovenlagen van deze formatie bestaan uit rivier- en kustsedimenten; deze lagen worden Upper Urumaco genoemd en dateren van het Laat-Mioceen tot het Midden-Plioceen. In deze lagen werden resten van Podocnemis en aanverwante soorten schildpadden gevonden. Er is hier in het Midden-Plioceen (4-5 miljoen jaar geleden) een grote of zelfs zeer grote rivierdelta geweest. Bij Urumaco werd in deze lagen een zeer goed bewaard gebleven schild gevonden van maar liefst 2,18 m lengte en ook een incompleet schild van dezelfde soort dat zeer waarschijnlijk 2,30 m lang geweest is. Dit dier, dat overigens uit een vroegere periode dateert dan de Bonairiaanse Podocnemis, kreeg de naam Stupendemys geographicus. Deze Stupendemys geographicus is de grootste schildpad die ooit werd gevonden. Het genus Stupendemys is nauw verwant aan het genus Podocnemis; beide behoren tot de PELOMEDUSIDAE.

Bonaire ligt op de Caraibische tectonische plaat die zich t.o.v. de Zuidamerikaanse plaat en het Zuidamerikaanse vasteland naar het Oosten beweegt. In het Plioceen heeft Bonaire meer naar het Westen gelegen en heeft dit eiland mogelijk binnen de invloedssfeer van de Urumaco delta gelegen.

< Vorige | Volgende >

 

 

 

Content © Gerard van Buurt, 1995, 2002 - Copyright © CaribSeek 2002, All Rights Reserved. Web Published:  June 12, 2002