IV Prehistorische schildpadden op Curaçao en Bonaire
Geochelone
Op de Benedenwindse eilanden zijn vele overblijfselen van grote landschildpadden
gevonden (door Hooijer, en ook door Mac Donald, Holman en Eshelman). Deze
schildpadden behoorden zeer waarschijnlijk tot het genus Geochelone en waren
nauw verwant aan de hedendaagse Geochelone denticulata en Geochelone carbonaria.
De Quaternaire schildpadden waren echter beduidend groter; enkele van de
gevonden exemplaren hadden waarschijnlijk een schild van om en nabij de 60-95 cm
lengte (Geochelone denticulata bereikt een maximale schildlengte van 51 cm). De
landschildpadden hebben gedurende een groot deel van het Quaternair op deze
eilanden geleefd. Gedurende de periode waarin deze schildpadden hier geleefd
hebben was het klimaat op deze eilanden vochtiger dan nu het geval is (De
Buisonjé).
Ook op andere Caraibische eilanden zijn resten van fossiele landschildpadden
gevonden die tot het genus Geochelone behoren. Dit waren alle kleinere soorten.