Er bestaan zeven of acht verschillende soorten zeeschildpadden, n.l. de Green
Turtles (1 of 2 soorten), de Australische Flatback turtle[3] (1), de Hawksbill
(1), de Ridleys (2), de Leatherback (1) en de Loggerhead (1) (In sommige
classificaties worden de East Pacific Green Turtle en de gewone Green Turtle als
variëteiten van één soort beschouwd; in deze classificaties zijn er dan dus
slechts 7 soorten zeeschildpadden). Zes van deze soorten komen voor in het
Westatlantisch gebied. Op Curaçao en Bonaire komen 5 soorten voor, nl. de Green
Turtle, de Hawksbill, de Loggerhead, de Leatherback en de Olive Ridley.
Anders dan de zoetwaterschildpadden waarbij vele soorten op boomstammen, rotsen
e.d. uit het water liggen te zonnen, brengen de zeeschildpadden hun gehele leven
in het water door. Alleen de wijfjes[4] komen, meest op donkere nachten, op het
strand enkel en alleen om eieren te leggen. De mannetjes keren na hun geboorte
op het strand nimmer meer op het land terug. Om deze reden worden de schattingen
van de populaties van zeeschildpadden gebaseerd op de aantallen nestende
vrouwtjes. Door deze nestende vrouwtjes te tellen en een schatting te maken van
het aantal vrouwtjes dat nest in een populatie kan men een indruk krijgen
hoeveel schildpadden er nog zijn van een bepaalde soort.
Zeeschildpadden migreren van en naar de neststranden. De Australian Flatback
migreert niet over grote afstanden, de andere soorten doen dit wel. Met name de
Green turtle, de Loggerhead en de Leatherback leggen zeer grote afstanden af. Zo
migreert de Zuidatlantische populatie van de Green Turtle van de voedselgronden
in Oost Brazilië naar de neststranden op het eiland Ascencion in het midden van
de Atlantische oceaan, een afstand van 1400 nm. Leatherback turtles werden op
meer dan 3000 nm van hun neststranden aangetroffen. Zo werden Leatherbacks die
in Suriname en Frans Guyana van tags voorzien waren bij New Jersey (V.S.) en bij
Ghana (W. Afrika) teruggevonden.
Uit onderzoek naar de navigatiesystemen van zeeschildpadden is gebleken dat zij
zich oriërenteren op de richting van de golven en de deining en dat zij ook
gebruik maken van het magnetisch veld van de aarde. In de hersencellen van
zeeschildpadden werden magnetiet deeltjes aangetroffen. Zeeschildpadden zijn
boven water sterk bijziend, om deze reden is het zeer onwaarschijnlijk dat zij
zich op hemellichamen zouden oriënteren. Bij het naderen van de kust maken zij
zeer waarschijnlijk (mede) gebruik van hun reuk om hun neststranden terug te
kunnen vinden.
De volwassen zeeschildpadden kunnen door haaien en tandwalvissen (zoals orca's)
gegrepen worden. De tijgerhaai (Galeocerdo cuvieri) is een haai die o.a.
schildpadden eet. De tanden van deze haai hebben een kartelrand waarmee het
schild van zelfs vrij grote schildpadden opengereten kan worden. De
zeeschildpadden kunnen hun flippers niet geheel intrekken; bij gevaar drukken
zij de flippers tegen het lichaam. Er worden soms zeeschildpadden aangetroffen
die een flipper of delen daarvan missen.