Bij de beoordeling van het muziekleven is het van belang
te weten niet alleen of door een groep mensen muziek wordt beoefend, maar
ook of er van de kant van het publiek belangstelling getoond wordt voor
hetgeen op dit gebied wordt gepresteerd. In dit verband kan het van belang
zijn te lezen wat C.D. Meijer in het nummer van 2 Februari 1882 van De
Wekker hierover schrijft, nadat hij een bezoek had gebracht aan de Societeit
Union op een avond, dat daar het orkest "Harmonie" een uitvoering gaf. Hij
schrijft namelijk het volgende:
"Wij onthouden er ons thans van om weder lof toe te zwaaien aan het
gezelschap. Onder leiding van een musicus als Ulder, met medewerking van een
mededilettant als Bethencourt, met jongelingen, die voor en door de muziek
leven en daardoor het schoone voorbeeld aan de Curaçaosche jeugd geven om op
een edele wijze hun tijd te besteden, kan het niet anders of de Harmonie
moest opwassen tot hetgeen zij thans is, n.l. een der beste
muziekgezelschappen, welke hier bestaan hebben; doch dit bedoelen wij heden
met ons schrijven niet, maar wet iets anders. Onaangenaam gestemd Meijer had
namelijk eerst een vergadering van den Kolonialen Raad bijgewoond kwamen wij
tegen acht uur in de Societeit; doch kwamen spoedig door de schoone
muziekuitvoeringen in een beteren luim. In een betere luim? Gedeeltelijk.
Onder de tegenwoordigen zagen wij slechts eenige leden der Societeit Union,
alsmede verscheidene geintroduceerde vreemdelingen maar, geen enkel
contribueerend lid van "Harmonie". Het ware toch te wensen, dat de
Curaçaonaars in aIle zaken niet die onverschilligheid aan den dag legden,
welke zeer nadeelig op de bestaande instellingen hun lands werkt".
Aan deze onverschilligheid zijn wij zo langzamerhand gewend geraakt!
Sedert 1 Juli 1881 was de directie van het muziekkorps van de schutterij van
Palm op Ulder overgegaan. Deze is op de door Palm ingeslagen weg voortgegaan
en heeft getracht van dit korps te maken wat er van te maken viel. Onder
zijn leiding gaf dit korps op 30 Maart 1882 vóór het gouvernementshuis een
uitvoering, waarover Palm het volgende heeft geschreven:
"In aanmerking genomen, dat bijkans de helft der muzikanten uit eleven bestaat, hebben zij vrijwel hunne partijen afgespeeld. Bij uitzondering
hebben in de Elisir d' Amore de 1ste cornettist, de Ie en 2e, saxhornbassist
en de Es klarinettist uitgemunt. Het ensemble heeft zeer wet voldaan. Het
valt niet te ontkennen, dat er eenige gaping bestond in de accompagnement
instrumenten. Er ontbraken 2 Baritons, een Bombardon mi bemol en
voornamelijk een principale B klarinet; wat het laatste betreft zal ik
voorloopig in de groote stukken de partij van dat instrument spelen totdat
ik een goeden Klarinettist zal hebben gevormd. Ieder muziekkenner of
dillettant zal de overtuiging opgedaan hebben, dat de heer Ulder als
kapelmeester al het mogelijke doet om een goed muziekkorps bijeen te krijgen
en dat hij, om het korps zoover te brengen, geen opoffering te groot heeft
geacht. Hij verdient daarvoor den lot van eenieder, die de muziek lief heeft
en het is mijn hartelijke wens, dat hij, als erkenning zijner verdienste,
weldra door het koloniaal bestuur tot luitenant-kapelmeester worde benoemd".
Aan deze wens is door het bestuur voldaan, want op 19 December van dat jaar
werd aan Ulder de rang van tweede luitenant verleend.
Op 10 Juni 1882 werd met een openingsfeest, bijgewoond door de Gouverneur en
echtgenote, een nieuwe societeit, de Buiten-Societeit, van de heer Mordechay
Capriles, aan de De Ruyterkade (op de hoek van de Bakkerstraat) geopend.
Deze societeit is een gelegenheid geworden, waar verschillende uitvoeringen
werden gegeven. Reeds een week na de opening gaven Mevr. J. de Viscenti en
Maria Clans, beiden sopraan, en Tomas Grossi, bariton, die zich in
verschillende hoofdsteden van Europa en van de Nieuwe Wereld hadden doen
horen, en zich op doorreis op Curaçao bevonden, er een concert. De
pianobegeleiding was in handen van G.B. Galvani.
Het orkest Harmonie gaf op 3 Juli en op 6 September respectievelijk zijn
derde en vierde concert in deze soieteit, terwijl ook de muziekkorpsen van
de schutterij en van het garnizoen zich vaak op het terrein van de
Buiten-Societeit lieten horen.
Van Dinter, die, blijkbaar wakker geschud door de werkzaamheid van Palm,
niet voor deze wilde onderdoen, heeft de prestaties van zijn muziekkorps
weder opgehaald, want wij lezen over een concert, dat het militaire
muziekkorps op 1 Juli 1882 in de Buiten Societeit heeft gegeven, "dat het
korps in den laatsten tijd zeer vele vorderingen had gemaakt en de
verschillende nummers van het programma voortreffelijk werden uitgevoerd".
Op 11 November gaf de kapel van het garnizoen onder leiding van Palm (van
Dinter was met verlof), lid van verdienste van de Buiten Societeit, er een
concert. Uitgevoerd werden: Buiten Societeit, marsch van Walch; Twede
fantasie en Mazurka Eliza, van Palm; Grenadiersmarsch van Eugene Brazini;
Eerste fantasie, Wals Annie en Baron van Heerdt marsch, van Palm; deze
laatste marsch opgedragen aan Gouverneur N. van den Brandhof; (hoe die
combinatie te rijmen is, is mij niet duidelijk); Te gusta? polka van Ruiz en
Danza Casino van Palm. De Curaçaosche Courant schreef, dat "Palm, thans
belast met de directie van de kapel, zijn goede naam als solo clarinettist
in
twee nummers van het programma had gehandhaafd". Hieruit blijkt, dat Palm
dirigeerde en daarbij de solo clarinet partij speelde.
Op 25 November werd in de Buiten Societeit een letterkundige en muzikale
Soiree door het gezelschap "Tot nut en beschaving" en het orkest Harmonie
gegeven. Wij lezen hierover in de Curaçaosche Courant o.a. "De Harmonie
onder leiding van de verdienstelijke musicus Ulder heeft het bewijs geleverd
wat energie, volharding en oefening volbrengen kunnen. Muziekuitvoeringen
aIs die, waarop dit genootschap het publiek van tijd tot tijd vergast,
zouden alle grote steden in Europa tot eere strekken (sic!) Bijzondere
vermelding verdienen de heren Fensohn, Van Kluenen en Corsen, die door hun
solos op viool, clarinet en piano getoond hebben meesterlijk hun instrument
en te kennen. Zuiver en schoon was hun aller spel. Kon zoo'n soiree vroeger
op Curaçao worden gegeven? Ja en Nee! De elementen waren er, maar zij waren
verspreid, onbekend".
Uiteraard heb ik alleen overgenomen hetgeen over de muziek geschreven is.
Het jaar 1882 werd besloten met een uitvoering ter gelegenheid van het
eindexamen en de prijsuitdeling van het Collegium Curaçao op 17 December,
waarbij de hierna genoemde heren ter opluistering van deze gebeurtenis zich
hebben laten horen. De Curaçaosche Courant schreef in haar verslag hierover
o.a. het volgende:
"Wij noemden het examen van het Collegium Curaçao een feest, en in waarheid
was het zuIks, want waar de heer C. Ulder zijn diensten verleent, altijd
even bereidvaardig ter zijde gestaan door de heren Bethencourt, Corsen,
Capriles, Montanus en Maduro, daar is het feest. De schone muziek door
genoemde heren in quartet, trios en duos uitgevoerd, verhoogden het
aangename des avonds".