CaribSeek | CaribSeek Books | Curaçao Books | Honderd Jaar Muziekleven op Curaçao

CaribSeek Books
CaribSeek


 
 

Sponsors


1947

Max Rodriquez, de Nederlandse violoncellist, die in Maracaibo aan de muziekschool verbonden was, viel het voorrecht te beurt dit jaar als eerste kunstenaar op de Curaçaose planken te verschijnen en wel op 31 Januari. Hij werd daarbij bijgestaan door F. Steenmeijer, apotheker, amateur pianist op Aruba, die speciaal daarvoor was overgekomen. Uitgevoerd werden de Sonate A gr.t. van Boccherini, enkele delen uit een van de cello sonates voor solo cello van Bach, het concert A kl.t. van Saint Saens en de Variaties op een Rococo thema Op. 33 van Tschaikowsky. Hoewel het spel van Rodriguez zeer goed was, en de begeleiding bij de heer Steenmeijer in uitstekende handen was, was het jammer, dat de laatste twee stukken voorgedragen moesten worden met pianobegeleiding, omdat zeer veel van hun waarde verloren ging door het gemis van het orkest, waarvoor die concerten geschreven zijn.

Dan komt op 11 Februari het Curaçaos Philharmonisch Orkest met een concert in het Theater Brion, waarin als solist de Curaçaose pianist Stanley Martina optrad met het pianoconcert A gr.t.K. 488 van Mozart, welk concert tevens als afscheid gold voor deze jeugdige pianist, die zijn verdere studie (helaas niet piano) in Columbia zou gaan volbrengen. Voor de pauze speelde het orkest de ouverture Iphigenia in Aulis van Gluck, de Sinfonia in Bes gr.t. van Joh. Ch. Bach en de ouverture Athalia van Mendelssohn.

Twee dagen later kwam de Spaanse harpist Nicamor Zabaleta ons voor de derde keer vergasten op zijn prachtig harpspel, dat op de niet talrijke toehoorders een geweldige indruk heeft gemaakt. Hoe meer men Zabaleta hoort, hoe meer men tot de overtuiging komt, dat hij de beste harpist is van deze tijd.

Het Curaçaos Philharmonisch Orkest, dat zich tot nu alleen op Curaçao had laten horen, ging dit jaar een concertreisje naar Aruba ondernemen. Door de medewerking van Gouverneur Kasteel en de militaire autoriteiten werd Hr.Ms. Van Spijk ter beschikking gesteld om het orkest naar Aruba en terug te brengen. Als soliste ging ook mede de Venezolaanse pianiste Emma Stoppello. Voor deze gelegenheid verzekerde men zich ook van de medewerking van Mario Colombo, eerste hoboist van het Symphonie Orkest van Caracas.
Op Aruba werd op Zaterdag 5 April een populair concert gegeven en op Zondag 6 April een gala-avond, beide in de zaal van de Sociedad Bolivariana. Op het populaire concert speelde het orkest Sinfonia in Bes gr.t. van Joh. Chr. Bach, Ouverture en Priester krijgsmarsch uit Athalia van Mendelssohn, en op het tweede concert de ouverture Iphigenia in Aulis van Gluck, de treurmarsch uit de Sonate Op. 23 in As gr.t. van Beethoven (voor orkest bewerkt) ter nagedachtenis van de in de oorlog gevallen Arubaan Boy Ecury, en de tweede Symphonie in D gr.t. van Haydn, terwijl in beide concerten de soliste Emma Stoppello het piano concert Op. 16 van Bortkiewicz voordroeg. Deze eerste reis van het orkest naar Aruba, die lang daarna in aller aangenaamste herinnering was gebleven, werd een groot succes en was een spoorslag om niet te lang te wachten om het zustereiland nog eens te bezoeken.
Paul Loyonnet, de Franse pianist, die, toen hij ons bezocht, reeds 58 jaar oud was, had zijn schaapjes al op het droge, toen de oorlog hem overviel en hij alles verloor, zodat hij weder van voren af aan moest beginnen met concertreizen. Dus hadden wij het voorrecht deze pianist van de oude Franse school op 5 Mei op Curaçao te horen. Het programma opende met een Caprice van Bach. Het leek, alsof hij zich nog geheel aan onze omgeving moest aanpassen, alvorens zichzelf muzikaal te kunnen uiten. Nadat hij achtereenvolgens Le Tic-Tac-Choc ou leg Mailletins van Couperin, Les tendres Plaintes van Rameau, een gallate van Scarlatti en de Chaconne in G van Handel ten gehore had gebracht, bereikte Loyonnet voor de pauze het hoogtepunt in de Sonate Or. 110 van Beethoven met een boeiende vertolking, rijk van klank, kleur en schildering. Na de pauze speelde hij enige nummers van Chopin, Barcarolle van Faure, L'ile joyeuse van Debussy, Feux toIlets en Mazeppa van Liszt met een "exprit", de Fransman eigen.

In de vroege ochtend van 5 Juni verliet ik de haven van Curaçao om voor enige maanden met vacantie naar Europa te gaan. Te voren had ik het Curaçaos Philharmonisch Orkest aan de zorg van de heer Ir. U. Driebergen toevertrouwd, waardoor de werkzaamheid van het orkest door mijn afwezigheid niet zou lijden. Driebergen had als vooraanstaand lid van de Olie gemeenschap zijn aanhang, die hij meebracht en daardoor nieuw leven in het orkest bracht. In studie werden genomen de eerste symphonie van Beethoven en de Militaire Symphonie van Haydn, welke met de hem eigen enthousiasme werd aangevangen.
Hoewel wij ons niet kunnen beroepen op het veelvuldig bezoek van Nederlandse kunstenaars, valt het meer op, wanneer zulks geschiedt. De Nederlandse sopraan Cote van der Mark, wiens broeder op Curaçao woont, en die haar woonplaats in Amerika heeft, bezocht ons dit jaar en gaf onder auspicien van de Kunstkring, op 25 Juni een zang-recital in de Stadsschouwburg, daarbij begeleid door Mevr. V.S. Noorduyn-Keith. Zij zong Schubert, Brahms, Duparc, waarna de Nederlandse componisten Van Brucken Fock, Alex Voormolen en Kor Kuiler aan de beurt kwamen, om te besluiten met enkele liederen van de Amerikaanse componist Roger Quilter. Zowel zangeres als pianiste hebben een uitstekend kunstwerk gebracht en het talrijke publiek een genotvolle avond bezorgd.

Schreef ik zoeven, dat wij niet overstelpt worden met Nederlandse kunstenaars, nog geen maand na Cote van der Mark, kwam George van Renesse, de Nederlandse pianist, die vroeger meer hier geweest is met het trio Van Renesse, Helman-Van Wezel, ons verrassen.Voor een goed
bezette zaal speelde Van Renesse een boeiend programma, bestaande uit werken van Mozart, Schubert, Brahms, Chopin om te sluiten met de Prelude Choral en Fugue van Cesar Franck. Genoeg te zeggen, wat een der plaatselijke bladen hierover schreef, dat Van Renesse het bewijs geleverd heeft, dat wat de oorlog ook vernield mocht hebben in het Moederland, de kunst onaangetast is gebleven.

Nadat de repetities zover gevorderd waren, gaf het Curaçaos Philharmonisch Orkest onder leiding van zijn gastdirigent U. Driebergen, op 4 en 6 September een concert onderscheidenlijk in het Theater Brion en in de Club Asiento. Uitgevoerd werden: Symphonie militaire van Haydn; Viool-concert No.3 in G van Mozart (solist P. de Visser), Egmont ouverture en de Eerste symphonie van Beethoven.
De pers: "In de cadenz toonde de heer De Visser zijn virtuoze vaardigheid zonder ook maar eens het zuiver muzikale op te offeren aan vingertechniek. De heer Driebergen heeft bewezen, dat er voldoende vuur en technisch kunnen in dit ensemble zit".
Na mijn terugkomst werd dit concert herhaald op 6 October, waarna ik de leiding weder overnam. Jammer, dat met het heengaan van de heer Driebergen de band met de olie weder verbroken werd en de olie paladijnen van lieverlede weder wegbleven.

Ricardo Odnoposoff, die eerder op Curaçao was geweest, en die inmiddels een zeer goede naam in de Verenigde Staten van Amerika had gemaakt, bezocht ons wederom en gaf op 22 September, aan de vleugel begeleid door Conrado Galzio, een viool-recital waarbij de volgende werken ten gehore werden gebracht:
Sonate A gr.t. van Cesar Franck, Concert Op. 26, G kl.t. van M. Bruch, Habanera van Sarasate, Peter and the Wolf, Prokofieff-Grunez, Saeta & Granados van Nin; en La Campanella van Paganini-Kochanski.

het optreden van de Chileense pianiste Rosita Renard, een landgenote van Arrau de grote, in de Stadsschouwburg op 2 December was een openbaring. Hier trad een soliste op, die naast een prachtige aanslag, over een vaardige techniek beschikte, die vooral tot uiting kwam in de Partita in Bes gr.t. van Bach. Rosita Renard, die een tijd daarna aan een ongeneeslijke ziekte overleed, was een ware muzikale persoonlijkheid, die zich volkomen gaf, hetgeen haar spel juist boeiender en aantrekkelijker maakte. Behalve de reeds genoemde Partita van Bach, speelde zij de sonate A kl,t. van Mozart, Variations serieuses van Mendelssohn, Mazurka en zes etudes van Chopin, Valses nobles en sentimentales van Ravel en Danse van Debussy.
Dit jaar verloor Curaçao wederom een van zijn muzikale zonen, en wel Charles Maduro, die op 6 October te New-York overleed. Hoewel Charles Maduro in het Curaçaos muziekleven geen grote rol gespeeld heeft, wil ik aan deze merkwaardige figuur een afzonderlijk gedeelte wijden.

Charles Maduro werd de 5e October 1883 op Curaçao geboren. Reeds op jeugdige leeftijd gaf hij blijk van zijn muzikaal talent. Met zijn moeder en beide zusters en twee broeders werd het familiesextet opgericht, waarin de moeder en een zuster piano, Charles en een zuster viool, een broeder violoncel en de andere broeder contrabas speelden. In die tijd componeerde Charles eenvoudige stukjes, als een marsch, walsen, welke in familiekring werden uitgevoerd. Na de school op Curaçao doorlopen te hebben, trad hij toe tot de familie firma S.E.L. Maduro & Sells, en specialiseerde zich in hoofdzaak in het bankwezen.
Nadat hij op rijpere leeftijd zich in New-York gevestigd had, begon hij zich wederom toe te leggen op de compositie. Zijn eerste compositie, waardoor hij bekendheid in de Verenigde Staten van Amerika verwierf, was de Rhapsodie Espagnole, die door de Russische pianiste Tatiana de Sangowitch ten doop werd gehouden bij haar recital in April 1929 in de Carnegie Hall te New- York. Hierop volgde een concert op 16 November 1931 van het Manhattan Symphony orkest, onder leiding van Henry Hadley, op welks programma naast het piano-concert van Grieg en de Onvoltooide Symphonie van Schubert, de Rhapsodie en Scherzo Espagnole van Charles Maduro prijkte.
Charles Maduro heeft op muzikaal gebied geen grote rol op Curaçao gespeeld. Zijn muzikale prestaties beperkten zich tot het bezetten van een plaats onder de eerste violisten in orkesten, onder leiding van Carl Fensohn. Omdat hij evenwel buiten Curaçao, met name in de Verenigde Staten van Amerika, waar hij als bankier gevestigd was, een goede naam als componist verwierf, is een speciale vermelding van zijn naam zeker gerechtvaardigd. Op Curaçao heeft hij echter nimmer enige compositie van betekenis geschreven. Hij overleed in de Verenigde Staten van Amerika op 6 October 1947 en is ook daar begraven.

<1946 | 1948>
 

 

 

Content © R. Boskaljon 1958 - Copyright © CaribSeek 2003 - All Rights Reserved - Web Published: October 20, 2003