CaribSeek | CaribSeek Books | Curacao Books | Curacao | Muziek en Musici van de Nederlandse Antillen


 

  Muziek en Musici van de Nederlandse Antillen | Foto Galerij

Advertisement


De evolutie van de Antilliaanse muziek

Begin negentiende eeuw bestond het klassieke repertoire op de Nederlandse Antillen voornamelijk uit werken van Italiaanse componisten. De artistieke tendensen van de negentiende eeuw waren in het algemeen anders dan die van de voorgaande eeuwen.
Onderj de vele Venezolanen die na Simón Bolîvar een tijdelijk verblijf bij ons kwamen zoeken, bevonden zich zoals wij reeds vermeldden o.a. Generaal Francisco de Miranda, die behalve militair ook fluitist was, en de Venezolaanse componist Dr. Felipe Larrazábal, een man van grote eruditie, die blijkbaar slechts twee idealen voor ogen had, te weten: politiek en muziek.
Medio negentiende eeuw was Curaçao in de ban van de Europese dansmuziek, de walsen, de mazurka's en de polka's in het bijzonder.
Een belangrijke buitenlandse figuur uit die tijd was ongetwijfeld de heer Agustin Bethencourt die in 1860 op Curaçao arriveerde. Tussen 1860 en 1870 ontstond onder zijn leiding het eerste strijkkwartet op de Antillen. Hij stichtte een "Academia de Musica" en hielp bij de oprichting van de Philharmonische Vereniging "Harmonie". Bovendien zorgde hij voor de invoer van allerlei muziekinstrumenten.
Door de invloed van Dr. Felipe Larrazábal en Agustin Bethencourt werd de muziek beoefening op Curaçao nieuw leven ingeblazen. Diverse activiteiten op muiekgebied vonden plaats, o.a. concerten, vocale en instrumentale recitals, kamermuziekuitvoeringen door zowel buitenlandse als lokale musici. Speciale vermelding verdienen in dit verband het recital van de beroemde Venezolaanse pianiste Teresa Carreñio op 27 Mei 1886 en het viool-recital van de kleurling Brindis de Salas, in die tijd een zeldzame gebeurtenis. Verder werden verschillende operettes en zarzuelas opgevoerd, dikwijls met medewerking van lokale krachten.
In 1909 vestigde zich de Venezolaanse pianist en componist Sebastián Diaz Penha op Curaçao, alwaar hij gedurende zeventien jaar verbleef. Hij had op Curaçao een vrij groot aantal leerlingen. Zijn walsen "Victoria", "Siempre invicto" en "Marisela", de mars "Japonesa" en de paso doble "Vuelva a la patria" waren zeer populair.
De voornaamste, in de negentiende eeuw geboren, lokale componisten, die ieder op eigen manier hebben bijgedragen aan het patroon van onze muzikale wereld, zijn: Gerrie Palm (1831-1906)
Chris Vlder (1843 - 1895)
Jules Blasini (1847 - 1887)
Joseph Corsen (1853 -1911)
Paul de Lima (1861-1926)
Johannes Boskaljon (1863 -1918)
RudolfTh. (Dodo) Palm (1880-1950)
Charles Maduro (1883 -1947)
John Palm (1885 -1925)

Jacobo Conrad (1879 - 1918)
RudolfTh. (DÓdo) Palm (1880
- 1950)
Charles Maduro (1883
- 1947)
John Palm (1885 - 1925)
Tonie Palm (1885 - 1963)
Jacobo (Coco) Palm (1887 -1982)
Rudolf Boskaljon (1887 - 1971)
Corrie Boskaljon (1889 - 1930)
Emilio Naar (1876 - 1945)
Emirto de Lima (1890 - 1973)

Ook hebben diverse leerlingen van deze componisten meegewerkt aan de totstandkoming van een eigen vorm bij de Antilliaanse muziek.
Wij noemen:
Julio Leyba, leerling van Gerrie Palm
A. Lopez Penha, leerling van Jules Blasini
Jacobo de Pool, leerling van J ules Blasini
A. M. Capriles, leerling van Gerrie Palm.

Sommigen hunner hebben behalve Antilliaanse ook meer ernstige muziek gecomponeerd, zoals:
Gerrie Palm, Chris Ulder, Jules Blasini, Joseph Corsen, Rudolf Th. (Dodo) Palm, Rudolf Boskaljon en Emirto de Lima.
Verschillende orkesten werden opgericht.
Het orkest "Harmonie", onder leiding van Agustín Bethencourt.
Het muziekkorps van de schutters, onder leiding van Gerrie Palm.
De militaire kapel, onder leiding van Mathias van Dinter.
Het muziekgezelschap "Sta. Cecilia", onder leiding van Gerrie Palm.
De muziekvereniging "El Progreso", onder leiding van Paul Q. de Lima.
Het muziekgezelschap "Crescendo", onder leiding van W. Grunning.
Het muziekgezelschap "La estudiantina", eveneens onder leiding van W. Grunning.
Het fanfarekorps "Orfee", onder leiding vanJ. P. Boskaljon.
Het muziekgezelschap "Los dispuestos", onder leiding van R. Th. Palm.
Het muziekensemble "Los seis", bestaande uit de heren Emilio Naar, Augusto Bethencourt, Willem Faarup, Jos Kogen, viool, Rudolf Th. Palm, fluit, John Palm, klarinet, en Frederik Palm, gitaar.
Het ensemble "Los siete bemoles", onder leiding van Rudolf Th. Palm.
Het eerste Curaçaose kwartet bestaande uit de heren James A. Jones, eerste viool, Mathias Daal, tweede viool, Alexander de Pool, viola en Agustin Bethencourt, cello.

Naast het klassieke repertoire bestonden er allerlei liederen afkomstig uit de tijd der slaven, die deze zongen onder het werken, bij oogstfeesten, rouwbijeenkomsten enzovoorts. Later kwam hier nog bij de z.g. muzik di zumbi met haar speciale ritmische patroon.

Uit de verschillende vormen en ritmen ontstaat het eigen karakter van de Antilliaanse muziek die tot bloei komt in het romantische tijdperk van de negentiende eeuw.

In de Antilliaanse muziek zijn duidelijk invloeden aanwijsbaar van:
A. de Europese muziek uit de Romantiek in het algemeen, die van Spanje en Oostenrijk in het bijzonder;
B. de Afrikaanse volksmuziek en haar bijzondere ritmiek, vooral het veelvuldig gebruik van de trom en andere ritmische instrumenten;
C. de nabuurlanden en andere Caribische Eilanden.

Buiten de summiere gegevens van vroegere geschiedschrijvers is er zeer weinig bekend van de muziek van de eerste bewoners van de Antillen. Men is daarom geneigd de Antilliaanse muziek te beschouwen als een voortbrengsel van de latere bewoners van deze eilanden.

Men onderscheidt hierbij:
I. de Antilliaanse muziek die qua melodie, vorm en ritme van Afrikaanse oorsprong is;
Il. de Antilliaanse muziek die qua melodie, vorm en ritme van Europese oorsprong is;
lIl. de Antilliaanse muziek die qua melodie, vorm en ritme haar oorsprong vindt in de naaste omgeving: het Caribisch bekken en het Vasteland van Zuid Amerika;
IV. de mengvormen welke ontstaan zijn door de geweldige uitbreiding van de communicatie-middelen, vooral radio en televisie;
V. de Antilliaanse muziek speciaal geschreven voor bepaalde instrumenten.

I.  Tot de eerste categorie behoren:
a. de volksliederen;
b. de tambii en de túmba;
c. de oogstliederen;
d. de muzik di zumbi;
e. de werkliederen;
f.  de dande;
g. de gelegenheidsliederen.

II. Tot de tweede categorie behoren:
a. de Antilliaanse wals (pasillo en salonwals)
b. de Antilliaanse mazurka;
c. de Antilliaanse polka;
d. de schottisch en de quadrille.
e. de Virginia reel en de lancier;
f.  sommige kinderlieden.

lIl. Tot de derde categorie behoren:
a. de Antilliaanse danza;
b. de Antilliaanse joropo;
c. de in de landstaal gecomponeerde calypso's, bolero's etc.

IV.Tot de vierde categorie behoren:
a. de túmba pregoná;
b. de túmba calypso;
c. de túmba guaracha;
d. de túmba cumbia;
e. de túmba carnaval;
f. balletmuziek, het z.g. ballet criollo;
g. religieuze muziek met Antilliaans ritme.

V.Tot de vijfde categorie behoren Antilliaanse muziek voor de:
a. ka'i orgel;
b. pianola;
c. gitaar;
d. steelband.

Ook de muziek voor de platenindustrie behoort daartoe.
Van een aantal voornoemde categorieën volgt een korte beschrijving.

< Vorige | Volgende >
 



 

Content © E. Palm 1978 - Copyright © CaribSeek 2003 - All Rights Reserved - Web Published: November 3, 2003