Sedert Frank Damrosch in 1898 de eerste Young People's Symphony-concerten in New York organiseerde, is er in de omringende landen een enorme belangstelling ontstaan voor deze muziekmanifestaties.
De opzet was de muziekbeoefening onder de jeugd te stimuleren. Vanzelfsprekend moest de participatie van de jeugd door kundige leiding gewaarborgd worden.
Vandaar dat de beste dirigenten na Frank Damrosch aangetrokken werden om de leiding van de Young People's concerten over te nemen. In de loop der jaren waren dat o.a. de dirigenten Ernest Schelling, Walter Damrosch (een broer
van Frank Damrosch), Rudolf Ganz, John Barbirolli en Leonard Bernstein.
De Curaçaose jeugd heeft vrij lang kunnen genieten van deze Young People's Concerts, onder leiding van Leonard Bernstein die iedere zondagmorgen via Tele-Curaçao werden gepresenteerd. Helaas is dit zeer leerzame programma stopgezet.
Omeen gestadige participatie van de jeugd bij jeugdconcerten te garanderen is wel een voldoende aanwezigheid van lokale muzikale jongeren vereist. Is dit niet te realiseren dan moet men met alternatieven komen, zoals het laten optreden van orkesten van volwassen beroeps musici of individuele artiesten ten aanhore van de jeugd in schoolverband. Waar ook dit laatste niet mogelijk is, kan men b.v., zoals in de 19de eeuw, "velada's" organiseren om talentvolle jongeren een kans te geven te
tonen wat zij kunnen.
Talentvolle muzikale jongeren hebben de Antillen blijkbaar altijd gehad. Op Curaçao hebben bijvoorbeeld in de negentiende eeuw Jo.S. Corsen, Miguel Senior, Abigail Salas, de gezusters Henriëtte, Adelaide en Eleonora Timmer, Jules Blasini, Dòdò, John en Coco Palm, Charles Maduro, Rudolf Boskaljon, Jacobo Conrad en Emirto de Lima reeds als teenangers, sommigen zelfs vóór hun dertiende jaar,
bijzondere muzikale prestaties geleverd.
Deze jongeren moesten van speciaal georganiseerde "velada's" gebruik maken om zich waar te maken, waarbij men reeds de toekomstige componisten kon bespeuren. Van enkelen is bekend dat zij reeds als tieners met componeren zijn begonnen, o.a. Abigail Salas die 14 jaar oud was toen zij de wals ,,3 de Abrii" componeerde; Julio Leyba, eveneens 14 jaar toen hij de wals "La Ilusión" maakte; Dodo Palm die op 17 jarige leeftijd de danza "Entre nous" componeerde; Emirto de Lima die op 14jarige leeftijd zijn eerste danza ("Dos palomas y un nido") maakte en Charles Maduro die de mars "Wilhelmina" eveneens op 14jarige leeftijd componeerde.
Begin dezer eeuw had Curaçao onder de talentvolle jongeren o.a. Laura en Ricardo Pijper, Albert Palm, Adhemar Henriquez, Clisia Henriquez en de gebroeders Hellburg.
Aruba had o.a. Juan Chabaya (Padu) Lampe en de onvergetelijke Rufo Wever, die op 15jarige leeftijd zijn prachtige wals "Arubanita" componeerde.
In 1940 toen Rudolf Boskaljon het initiatief nam om jeugdconcerten te organiseren, hadden wij talentvolle jongeren als Julián Coco, Norman Morón, Clara en Charles Henriquez, terwijl in diezelfde tijd talenten als Wim Statius
Muller, Harold Martina, Stanley Martina, Eric Gorsira, Charles en Hannie Sweers nog op de schoolbanken van de lagere school zaten.
In 1946 was het het actieve hoofd van de Schroederschool te Negropont, de heer D. Colijn, die met de kleurrijke operette "Sprookjesmelodie" een enorme impuls gaf door met ongeveer honderd jongens en meisjes een uitvoering door de jeugd voor de jeugd te organiseren. Daarna werd Colijn voorzitter van de Stichting
Comité Jeugdconcerten en heeft hij diverse soortgelijke jeugdconcerten geleid. Hij werd opgevolgd door resp. de heren Gehrels, De Graaf en Van Geels. Nu is onze bekende dirigent en zanger Frank Davelaar voorzitter van de stichting. Frank Davelaar heeft sedert zijn benoeming een groot aantal schoolconcerten voor de schoolgaande jeugd valè Curaçao georganiseerd. Jaarlijks bezoekt een groot aantal kinderen deze jeugdconcerten. In 1967 bijvoorbeeld waren het er ruim
twintigduizend.
Van 1940 af zijn elk jaär regelmatig jeugdconcerten gegeven, waarvan echter slechts een tiental met daadwerkelijke participatie van de jeugd. De andere
concerten waren doorgaans zogenaamde schoolconcerten.
Enkele bijzondere jeugdconcerten waren:
1.
Het op 7 juli 1945 georganiseerde jeugdconcert met de jeugdige deelnemers Wim Statius Muller, Harold Martina, Stanley Martina, Mimi de Mik, Marlène Colijn, allen piano, Charlie Sweers, viool, Henry Sweers, cello, Charles Henri- quez, fluit, en Clara Henriquez, sopraan. Harold Martina was met zijn tien jaren de jongste participant bij dit jeugdconcert. Ook was er een meisjeskoor onder leiding van Rein Gehrels.
2.
Het op 11 februari 1950 gegeven concert met de jeugdige artiesten Eric Gorsira, viool, Charlie Sweers, viool, Hannie Sweers, cello, Lex Silbinger, Milousje Sterk en Marlène Colijn, piano. Ook traden er twee dansgroepen op onder leiding van Estelle Debrot.
3.
Het op 27 mei 1951 gegeven jeugdconcert door de jongeren Harold Martina, piano, Eric Gorsira, viool, en Lex Silbinger, piano. Harold speelde toen de "Faschingsschwank aus Wien" van Robert Schumann en "Children's corner" van Claude Debussy, terwijl Eric een vioolsonata in C gr. van Mozart en "Roe- meense dansen" van Bela Bartók speelde. Harold was toen 16, Eric 15 jaar.
4.
Het op 14 april 1952 georganiseerde jeugdconcert met medewerking van lokale muziekleerlingen met het interessante programma: "Sinfonia voor strijk-orkest" van Vivaldi en "Kindersymphonie" van Joseph Haydn, gegeven door het strijkkwartet bestaande uit de jongens Eric Gorsira,
1ste viool, Rudolf Andries, 2de viool, Wilt Feenstra, alt, en Lex Silbinger, cello. Eric speelde tevens de vioolsonate van Corelli, aan de piano begeleid door Lex Silbinger.
5.
Het op 26 juni 1959 gegeven jeugdconcert onder de titel "Biba muziek di Curaçao", georganiseerd door D. Colijn. Dit evenement was meer een openbare muziekles dan een concert. De heer Colijn begon het programma met een openingsrede waarin hij de minister van onderwijs o.a. bedankte voor zijn financiële hulp die zulke muzieklessen voor de jeugd mogelijk maakte.
Elis juliana fungeerde toen als ceremoniemeester. Achtereenvolgens werden Curaçaose liederen gezongen door de groep "de Flierefluiters" en een groep kinderen van de Sintjozefschool. In totaal werden 25 Curaçaose liederen gezongen. Voor dit speciale evenement waren de zingende kinderen allemaal gekleed in de 19de eeuwse klederdracht. Vervolgens gaf pater Brenneker een uitgebreid overzicht van de ongeveer 700 Curaçaose werkliederen die hij geregistreerd had. Elis juliana gaf daarna een resumé van de geschiedenis van de oude muziekintrumenten bastèl, seû, benta, agán,
matrimonial, tambú, kachu, wiri en chapi. Het laatste gedeelte van dit bijzondere jeugdconcert ging over de Curaçaose dansen. Hierbij had Sonia de Castro de leiding. De dansen werden gespeeld
door Edgar Palm en zijn ensemble, terwijl door de leerlingen van de St. jozefschool een dansdemonstratie werd gegeven. Het verschil in de manier van dansen tussen de Weense en de Curaçaose wals werd door de jeugdige dansers keurig en stijlvol aangetoond.
6.
Een ander bijzonder jeugdconcert was dat op 23 februari 1973 onder auspiciën van het Cultureel Centrum Curaçao, door julián
Coco en Harold Martina. Het werd een zeer leerzame openbare les, waarbij beide artiesten hun jeugdige toehoorders demonstraties gaven op de gitaar en de piano.
7.
Het op 21 maart 1978 door de ITAPRO georganiseerde concert met de 12-jarige Colombiaanse gitarist Luis Alfredo Quintero, die vooral voor onze
toekomstige gitaristen een geweldige stimulans moet zijn geweest. .
Op het programma stonden werken van Felix Mendelssohn en johan Sebastian Bach, gearrangeerd door Andrés Segovia, verder werken van Francisco Tarrega, jorge Sagredo, Raûl Borges, Luis Rivera en Antonio Lauro. Al deze werken werden feilloos door de jonge gitarist gespeeld.
De toonkunst is in het onderwijs voor de jeugd minstens even noodzakelijk als b.v. kunstgeschiedenis of letterkunde. De muziek wordt onder meer als vormende waarde in het leven erkend. Zij staat met welsprekendheid en dichtkunst op één lijn. In de middeleeuwen gold het "niet van buiten kunnen zeggen van een gedicht" of het "niet kunnen zingen of zelf een melodie maken" als een bewijs van geestesarmoede. De opbouwende waarde van jeugdconcerten kan dan ook niet voldoende worden benadrukt.