Blijkbaar waren er rond 1800 reeds Antilliaanse muziekleraren die muziekonderwijs gaven in een diversiteit van instrumenten, zoals klarinet, fluit, viool, cello, hoorn, fagot, citer en gitaar, die aan boord van zeilschepen uit Europa met bestemming
Curaçao en Venezuela waren aangevoerd.
In die tijd werden ook de eerste pogingen gedaan om kleine orkesten te vormen. Bij welgestelde families op Curaçao kon men begin negentiende eeuw een citer en/of een harpsichord aantreffen. Het waren voornamelijk buitenlanders die om beurten probeerden op Curaçao met het geven van muzieklessen rond te komen. Een van de eerste Curaçaose muziekleraren was waarschijnlijk Johannes Palm, zoon van Hermanus Palm die in 1746 uit Noorwegen op Curaçao aankwam.
Twee kleinkinderen van Johannes Palm, namelijk Frederik Wilhelm Palm (geboren 1816) en Jan Gerard (Gerrie) Palm (geboren 1831), werden op hun beurt muziekleraren en waren als uitvoerend kunstenaar bijzonder actief gedurende de eerste helft van de negentiende eeuw.
De muziekleraar Daniel Corsen, vader van Jo. S. Corsen, was een tijdgenoot van zowel Frederik Wilhelm Palm als Genie Palm.
Uit hun tijd moet ook de muziekleraar Juan Enrique Croes genoemd worden, voorouder van de gelijknamige pianist Juan Enrique Croes uit Aruba.
In de tweede helft van de negentiende eeuw hadden we naast Genie Palm en Daniel Corsen de volgende muziekleraren:
Frederik Wilhelm Palm, Chris Ulder, Johannes Petrus Boskaljon, Paul Q. de Lima, Adrianus Leopold Timmer, Jules Blasini, Pierre Calu Krijt (leraar van Jacobo
Conrad), voornoemde Agustin Bethencourt en Jo. S. Corsen.
In die tijd werd vooral aan jongedames aan huis les gegeven onder de constante bewaking van een chaparonne. De lessen aan jongens werden meestal ook aan huis gegeven, wanneer zij een zuster hadden die ook les nam. Viool-, klarinet- en fluitlessen werden bij wijze van uitzondering soms bij de leraar thuis gegeven.
Merkwaardig was dat de Spaans georiënteerde leraren meer de voorkeur gaven aan solfège lessen dan hun collega's uit die tijd. Muziekdictee, vormleer en harmonieleer werden slechts aan zeer talentvolle leerlingen gegeven.
Het lesgeld was, vergeleken met tegenwoordig, niet bepaald laag. De foto toont twee kwitanties van respektievelijk 1877 en 1878 die Adrianus Leopold Timmer toentertijd uitschreef voor zijn leerling Victor van der Linde die bij hem vioolles nam.
Deze Adrianus Timmer had drie zeer muzikale dochters waarvan twee later pianolerares werden. Henriette Elize Timmer, geboren op Curaçao op 27 januari 1877, trouwde met Dr. Rafael Maria Rodriguez. Dr. Rodriguez was consul van Venezuela op Curaçao. Henriette Timmer (Shishi) was pianolerares van beroep.
Onder de naam "Shishi" Rodriguez was zij op Aruba tot aan haar dood in 1947 bekend als een bedreven muzieklerares. Zij heeft onder meer pianoles gegeven aan de bekende Arubaanse pianisten Padu Lampe, Rufo Wever, Alida Lampe en Fie Eman.
De tweede dochter van Adrianus Timmer was Adelaida Augustina Timmer (Shon Dáchi), op 7 februari 1880 op Curaçao geboren. Zij trouwde met Marie Joseph Bru- no Albert Rousseau, woonde in Haïti en in de Dominicaanse Republiek, vestigde zich na het overlijden van haar echtgenoot op Aruba en was daar ook als pianolera res werkzaam. Als jong meisje gaf zij een piano-concert in het Teatro Municipal te Caracas en mocht daarna in de presidentiële loge bij de toenmalige president op schoot zitten. Zij is de componiste van de bekende walsen "Adiós Caracas" en "Au murmure de la souree", die op een 78 toerenplaat door de firma Thomas Henriquez rond 1952 werden uitgegeven. Op deze plaat kan men de bijzondere techniek van deze pianiste bewonderen. In 1887 traden beide zusters tijdens een concert in theater Naar te Willemstad op. Henriëtte (Shishi) was toen tien jaar en Adelaida slechts zeven jaar oud.
De derde dochter van Adrianus Timmer was Eleonora Alexandrina Timmer, geboren 23 maart 1883. Zij was even muzikaal als haar beide even genoemde zusters en speelde ook uitstekend piano. Zij is de moeder van onze populaire en begaafde tekenaar-caricaturist Oscar (Pachi) Enau van Kampen, gewezen redacteur van het Shell maandblad "De Passaat" en van het satyrische weekblad "Lorito Reai" (1948 -1958). De oudste zoon van "Pachi", Victor George van Kampen (geboren 24 april 1953) musiceert in Haarlem, zodat de muzikaliteit in de familie zich ook bij deze jonge nakomelingen van Adrianus Timmer voortzet.
Om een idee te geven van de moeilijkheden waarmee muziekleraren in de negentiende eeuw te kampen hadden wil ik hierbij twee voorbeelden aanhalen.
Sommige muziekleraren van toen moesten wel eens lange afstanden te voet afleggen om les te gaan geven en wij herinneren ons een zekere meneer die op Saliöa woonde ter hoogte van waar nu de rotonde is. Hij stond erop dat de leraar die in de stad woonde bij hem thuis les kwam geven, doch was wat men noemt een wanbetaler. Hij probeerde dit goed te maken door zo nu en dan een fles rum cadeau te geven. Soms mocht de leraar ook blijven eten.
Een andere welgestelde man in de stad, gaf elke keer een visitekaartje aan de leraar van zijn dochter als deze les kwam geven. Met dit visitekaartje kon de leraar aan het eind van de maand zijn lesgeld komen innen. Verloor deze een visitekaartje dan werd hij voor die les niet uitbetaald.
De vioolleraren hadden een voorkeur voor de vioolmethode van Jean Delphin Alard. Hun collega's pianoleraren hadden een voorkeur voor Henri Bertini's werken.
Interessant is ook het aantal instrumenten waarin de meeste leraren les gaven. Het was een soort statussymbool wanneer je op je visitekaartje minstens drie verschillende instrumenten kon noemen en bijna alle muziekleraren konden drie verschillende instrumenten bespelen. En toch kon je in de negentiende eeuw niet rondkomen van het uitsluitend muziekonderwijs geven.
De muziekleraren van begin dezer eeuw hadden het niet veel beter, alhoewel het
aan enkele van hen gelukt is, uitsluitend van de muziek te leven, door behalve les te geven ook piano's te stemmen en te repareren. De bekendste onder hen zijnjo. S. Corsen, Paul de Lima, RudolfTh. Palm, Jacobo Palm, Emirto de Lima enJohn Antonio Palm. Later kwamen er leraren die muzieklessen gaven, hetzij als hobby (Rudolf Boskaljon), hetzij als bijverdienste, zoals Albert Palm, Edgar Palm, Chito Borgschot, Wewe Hellburg en Cornelia Palm.
Chris Ulder was een van de eerste muziekleraren die geheel belangeloos weeskinderen muziekles gaf. Dit gebeurde te Santa Rosa op Curaçao. Later werd dit initiatief overgenomen door het Internaat Scherpenheuvel dat voor de Curaçaose gemeenschap vele goede 'musici heeft gevormd, o.a. Julio Martina (tuba en klarinet), Juan Camelia (trompet), Oscar Matilde (pauken), Charles Atalita (trompet), Federico Regales (trompet), Jose Regales (klarinet) en Emirto U. Rienhart (klarinet).
Vergelijken wij de resultaten in de negentiende eeuw met die van nu, dan blijkt dat de resultaten vroeger beter waren dan nu.
De negentiende eeuw heeft ons artiesten geleverd van internationale allure zoals
Jules Blasini, Miguel Senior, Emirto de Lima en Birman Malo
Jr.
Thans zijn het (op het gebied van de klassieke muziek) slechts Harold Martina, Wim Statius Muller, Eric Gorsira en Julian Coca die op internationaal niveau
bekendheid genieten.
Eind vorige eeuw hadden wij diverse niet gediplomeerde viool-, cello- en contrabasleraren. Thans zijn er twee Antilliaanse leraren, Eric Gorsira en zijn dochter Louise die op Curaçao les geven in bovengenoemde instrumenten. (De Antilliaanse muziekleraren die in het buitenland les geven, vindt men in het hoofdstuk "Onze toonkunstenaars").
Vroeger hadden wij in verhouding meer talentvolle leerlingen. Zij moesten het echter doen met niet volwaardig onderlegde leraren. Thans hebben wij een muziekacademie met over de zevenhonderd leerlingen, waarvan slechts een klein percentage echt talentvol is. De leraren van vroeger konden niet rondkomen van de lesgelden, thans leeft praktisch iedere muiekleraar op de Antillen uitsluitend van de muziek.
Zoals wij reeds zagen kreeg vroeger slechts een klein gedeelte van onze jeugd muzieklessen. Tegenwoordig willen heel wat ouders dat hun kinderen muziekles krijgen en zij geloven heilig in de muzikaliteit van hun kroost. Als een kind maar een of ander lied dat het voor de radio, televisie of op een plaat gehoord heeft een beetje na kan zingen dan is het kind voor zijn ouders al erg muzikaal. Hoe begrijpelijk dit verschijnsel ook is, het berust in de meeste gevallen op een dwaling, want muzikaliteit is wat anders. Muzikaliteit is immers het vermogen om de verschillende elementen der muziek, haar ritmiek, de samenhang tussen melodie en harmonie, makkelijk en vlot te begrijpen. Het muzikale gehoor moet liefst bijzonder goed zijn, kortom er komt meestal meer bij kijken dan het eenvoudig meezingen en dansen bij radio of televisie.
Normaliter verdelen wij muziekleerlingen in vier groepen, namelijk: talentvol en lui, talentvol en ijverig, zonder talent en lui, zonder talent doch ijverig.
Nu blijkt de geschiktheid voor een muzikale loopbaan van een leerling in de regel
pas later in de praktijk en hangt het dikwijls af van de dosis animo bij de studie en van de wijze waarop hij les heeft gekregen. De eerste grondslagen zijn doorgaans beslissend voor de eindresultaten. De talentvolle jongeren van de negentiende eeuw en begin dezer eeuw, hebben getoond wat zij waard waren, zij hadden vooral veel ambitie. Laten wij hopen dat onze tegenwoordige jonge talenten evenveel ambitie zullen tonen als hun voorgangers.
Hier moet mij van het hart dat op het moment van het schrijven van dit boek op de "Akademia di musika" nog steeds niet volgens een bepaald leerplan muziekonderwijs wordt gegeven. Dit is een gemis voor onze jongere talenten, die toch ergens houvast moeten hebben; en het is onze taak hun die te bieden.