You are here

II.3 De Joden

  • Sharebar

Toen in 1654 de Hollandse kolonie in Brazilië door de (Katholieke) Portugezen op de Hollanders was heroverd, gingen vele van de daar gevestigde Sefardische Joden naar Amsterdam, anderen vestigden zich op verschillende Caribische eilanden, zoals Barbados, waar zij het kapitalistische plantagsysteem dat zij in Brazilië van de Portugezen hadden afgekeken, invoerden.

Wellicht gedreven door een nostalgie naar meer warme, tropische gebieden vroegen "Amsterdamse Sefardieten" de West Indische Compagnie vergunning om zich op Curaçao te vestigen.

Reeds eerder waren er al contacten geweest tussen de Compagnie en de Joodse kolonie in Amsterdam. In 1651 had de Compagnie een overeenkomst gesloten met enige Sefardische Joden om te komen tot het stichten van een landbouwkolonie op Curaçao. Deze kolonie mislukte, doch toen werd reeds de basis gelegd voor de latere immigratie van de Sefardische Joden op Curaçao. O.a. werd in dat jaar de thans nog bestaande Joodse gemeente "Mikve Isreal" gesticht.

In 1659 vestigden zich twaalf Joodse families uit Amsterdam, in totaal 75 personen, (Schiltkamp, 1989) op Curaçao.

Zij zijn de kern gaan vormen van de Joodse gemeenschap, die in de loop der jaren is ontstaan, o.a. door latere vestigingen uit Nederland, Brazilië, Suriname, Portugal en Italië.

Aanvankelijk vestigden zij zich in het gebied langs de noordwestelijke oever van het Schottegat van Rooi Canarie (Rio Canario) tot Veeris. Dit gebied kreeg de naam "Jodenkwartier" (Schi1tkamp, 1989). Zij zouden zich echter al gauw ook in "de Willemstad", zoals de stad bij de ingang van de haven was gaan heten, vestigen.

Hier naartoe gekomen met de bedoeling zich aan de landbouw te gaan wijden, gingen zij al spoedig over tot de handel waar zij betere mogelijkheden in zagen. Zij zagen al gauw goede handelsmogelijkheden in de regio, o.a. door hun contacten met geloofsgenoten, dikwijls familie, in Amsterdam en in de Engelse kolonies in Noord-Amerika en het Caribisch gebied. Van grote betekenis zullen ook zijn geweest de kennis van de Spaanse taal en hun vertrouwdheid met de Latijnse mentaliteit van de Spaanse kolonies op het vasteland. Al deze factoren leidden ertoe dat zij de handel gingen beheersen en de hogere protestanten op dat gebied goeddeels wisten te verdringen.

Zodoende wisten zij zich tot een tweede aristocratische groep, naast de "hogere" protestanten te ontwikkelen. Verschillenden onder hen wisten tot grote welstand te komen. Welstandsverschillen hebben bij deze groep echter nooit aanleiding gegeven tot een scherpe scheiding in de sociale omgang.

Ten opzichte van de Protestanten bleven zij zich verhouden als een aparte groep die zich onderscheidde door verschil van godsdienst, cultuur, taal en afstamming. Tot het einde van de 18e eeuw werden zij aangeduid in officiële stukken met de "Joodse natie" of de "Portugese natie".

De Protestanten en Joden waren verder beide endogaam. Globaal gesproken zou men kunnen spreken van twee grote families. Ik zal hiel later nog op terugkomen.

De Joden beheersten de handel, de hogere Protestanten het ambtelijk apparaat en het garnizoen. De Joden waren zelfs tot hun "emancipatie" in 1824 uitgesloten van het bekleden van ambtelijke functies.

De Protestantse hoofdambtenaren en hogere militairen beschouwden zich als vertegenwoordigers van het moederlandse gezag en van de Hollandse cultuur. In de tweede helft van de 19de eeuw zien wij, onder invloed van liberale idee en die in Europa opgeld deden, deze tegenstelling vervagen en worden ook Joden in hoge ambtelijke posities benoemd.

Hoewel tussen deze twee bevolkingsgroepen maar weinig intiem verkeer zal zijn voorgekomen, hebben de Joden, in tegenstelling tot wat soms wordt beweerd, reeds in de 17de en 18de eeuw in Willemstad, ons huidige Punda en Otrobanda, temidden van Protestanten en Katholieken gewoond.

De huidige synagoge "Mikve Isreal" werd binnen de oude stadsmuren gebouwd en in 1732 als gebedshuis ingebruikgenomen. Pas in de tweede helft van de 19de eeuw is de z.g. Joodse wijk Scharloo ontstaan.

In Otrobanda hadden zich reeds kort nadat in 1707 dat gebied voor bebouwing was vrijgegeven Joden gevestigd. In 1732 begonnen Joodse families die daar woonden gebedsdiensten te houden in een huís dat tot synagoge was verbouwd. In 1747 werd met geld verkregen uit een inzameling onder de Joden van de kolonie een eigen synagoge, "Neve Salom", gebouwd in Otrobanda. Deze synagoge heeft in de Breedestraat gestaan, op het perceel gelegen tussen de Elleboogstraat en de Bajonetstraat.

Liberale ideeën, die in de 19de eeuw in de kolonie opgeld deden, zijn ook van invloed geweest op een schisma dat zich in 1863 voordeed in de Joodse gemeente en uiteindelijk zou leiden tot de stichting van de Nederlands Hervormde Israëlitische Gemeente "Emanu-EI" in 1864.

Deze nieuwe afgescheiden gemeente bouwde haar eigen gebedshuis, de Tempel, die in 1867 in gebruik werd genomen.

Deze scheiding heeft zich tot 1963 gehandhaafd, in welk jaar een verzoening tot stand kwam. In 1964 werd de Verenigde Israëlitische Gemeente "Mikve Israel-Emanu-EI" opgericht. De gebedsdiensten vinden sindsdien alleen plaats in de oude synagoge in de Kerkstraat (Hanchi di Snoa).

Aan de reeds vroege welstand en belangrijkheid van de Joodse volksgroep herinnert de begraafplaats Beth Haim waar ruim 2500 fraai bewerkte marmeren grafstenen zijn, de meeste met inscripties in het Hebreeuws en Portugees. De oudste steen dateert uit 1668 (Emmanuel,1957).

Helaas is het marmer ernstig aangetast door de zure lucht van de raffinaderij met gevolg dat de meeste stenen in staat van ontbinding verkeren en de inscripties en sculpturen in "bas reliëf' bijna niet meer te onderscheiden zijn.