You are here

III.5 Het Vakbondswezen

  • Sharebar

Hoewel het vakbondswezen in feite een aspect is van de veranderingen die zich hebben voorgedaan in de verhoudingen tussen de groepen, i.c. tussen de werkgevers en werknemers, rechtvaardigt de positie die deze institutie in onze moderne samenleving inneemt een aparte behandeling.

Naar hedendaagse opvattingen is het vakbondswezen immers een belangrijke pijler van het economisch bestel en van grote invloed op de maatschappelijke ontwikkeling van het in loondienst arbeidende deel van de bevolking.

Bij het begin van deze eeuw was het vakbondswezen nog "non existent". De verhoudingen tussen werkgevers en werknemers werden toen nog geheel beheerst door de uit de 19de eeuw stammende feodale gedragspatronen die hadden gegolden voor de relaties tussen heer en slaaf. De arbeider had vooral plichten en was verder afhankelijk van de gunsten die de werkgever hem/haar in zijn goedheid bereid was toe te kennen.

Toen in 1913 in de haven een staking uitbrak, kan men zonder enig pro test van kerkelijke zijde of van de civiele autoriteiten, de staking breken door arbeiders uit St. Thomas en Venezuela aan te voeren. Hartog merkt hierover laconiek op: "Men liet de stakers in hun hemd staan en haalde werkwilligen uit St. Thomas en Venezuela" (Hartog, 1961).

Het begrip vakbond was toen hier kennelijk niet bekend. Curaçao leefde wat dat betreft wel erg geïsoleerd van het gebeuren in de Britse kolonies in het Caribisch gebied. Was men toen nog te eenzijdig gericht op St. Domingo, Colombia (Sta. Marta) en Venezuela (Estado Falcón)? Feit is dat het vakbondswezen zich reeds aan het einde van de 19de eeuw had aangekondigd in het Caribisch gebied.

In Jamaica was al in 1898 de "Carpenters, Bricklayers and Painters Union" opgericht en in 1907 de "Jamaica Trades and Labor Union", terwijl in Trinidad in dezelfde tijd de "Working Men's Association" tot stand kwam.

Het vakbondswezen dat wij tegenwoordig kennen, te weten zelfstandige organisaties voor de behartiging van de belangen van de werknemer, los van ieder patronage-systeem, zowel van de kerk als van de politieke partijen, is nog heel jong.

Na een gepatroniseerd begin in de jaren 20 en 30 onder de vleugels van de Rooms Katholieke Volksbond, maar in feite van de r.k. geestelijkheid, en pogingen van politieke partijen in de jaren 40 en 50 om, naar Caribisch voorbeeld, een "vakbondspoot" onder hun organisatie in te bouwen, zijn de vakbonden na de onlusten van 30 mei 1969 definitief hun eigen weg gegaan. De breuk met de politieke partijen die zich toen al had aangekondigd, ontwikkelde zich later tot een uitgesproken kritische houding.