You are here

III.7 De Balans Van De Twintigste Eeuw

  • Sharebar

Het leek mij nuttig aan het einde van dit hoofdstuk de balans van de 20ste eeuw op te maken, niet alleen om vast te leggen, wat anders verloren zou kunnen gaan, maar ook om tot een betere evaluatie van het heden en een blik op de toe- komst te komen.

Wij staan "op de drempel van een nieuw millennium" (Römer,1993). De vraag dringt zich dan ook op waar wij staan en waar wij naartoe willen.

De modernisering, zo hebben wij gezien, heeft in velerlei opzichten voor ons gunstige gevolgen gehad en dan niet alleen wat betreft de technische verworvenheden waarover wij kwamen te beschikken; er deed zich ook een indrukwekkende sociale en politieke dynamiek voor. In de gestagneerde oude samenleving hadden zich in een relatiefkorte tijd belangrijke verschuivingen voorgedaan.

De Shell heeft ook tot meer openheid naar en communicatie met de wereld bijgedragen: Curaçao werd letterlijk meegenomen in de vaart der volkeren.

Ik zeg letterlijk, omdat wij maar weinig weerstand hebben kunnen bieden aan de overweldigende invloeden die van buiten op ons afkwamen en ons overspoelden. Curaçao kwam hierdoor terecht "in de kolk van de maalstroom", zoals de dichter/oud-gouverneur van de Nederlandse Antillen, Cola Debrot, het zo treffend heeft gesteld (Debrot,1970).

Naast misschien vele andere zijn er twee maatschappelijke problemen waar de samenlevíng nu Mee geconfronteerd wordt waar nog geen oplossingen voor in zicht zijn, gedeeltelijk ook omdat het problemen zijn die zich mede op mondiaal niveau voordoen.

Ik doel hier in de eerste plaats op de toegenomen criminaliteit en in de tweede plaats op het druggebruik, dat veelal als oorzaak van de eerste wordt beschouwd. Door de toegenomen criminaliteit, die zich vooral aan het einde van de jaren 80 heeft doen gelden, is in de Curaçaose samenleving de veiligheid van de burger een zorg geworden, die in feite evenveel aandacht verdient als de gezondheidszorg.

In de jaren 90 is de angst om het slachtoffer te worden van de een of andere criminele daad enorm toegenomen. De criminaliteit is "the topic of the day". De huizen, in de buitenwijken van Willemstad worden ontsierd door traliewerk om ongewenst bezoek te weren.

Niet zelden staat de criminaliteit, zoals ik reeds stelde, in verband met het gebruik van drugs, in de eerste plaats cocaïne maar in toenemende mate ook heroïne en tenslotte ook base, een derivaat van cocaïne dat van inferieure kwaliteit is en aan de gezondheid van de gebruiker veel schade kan berokkenen. Kan men bij de criminaliteit slechts in afgeleide zin spreken van invloeden van buiten, wat betreft het druggebruik is dit zonder meer aanwijsbaar: de drugs worden vanuit het buitenland op het eiland ingevoerd en bereiken vía lokaal georganiseerde distributiekanalen de gebruikers, die afhankelijk als zij zijn van drug, letterlijk en figuurlijk gebonden zijn aan de wederverkoper bij wie zij in het krijt staan. Het gaat niet altijd om grote bedragen. Door de pressie die van de verslaving uitgaat, gaat men er echter makkelijk toe over om door diefstal aan middelen voor de aanschaf van de drug te komen. Berovingen op straat zoals tassendiefstallen, inbraak in auto's, het meenemen van vídeo- en stereosets uit woningen waren vormen waarin deze criminaliteit zich aanvankelijk manifesteerde. Zij kreeg echter geleidelijk aan een steeds grimmiger karakter waarbij met het gebruik van vuurwapens burgers op straat of in hun woningen worden beroofd.

Bij de problematiek rondom het druggebruik is er duidelijk sprake van de weerslag op minischaal van een mondiaal probleem.

Met het oog op de bestrijding van de invoer van drugs vía het water is in samenwerking met Nederland en Aruba de koninkrijkskustwacht opgericht. De verwachting is dat het op deze wijze zal lukken de import van drugs te beperken en misschien zelfs een halt toe te roepen.

Een gunstig neveneffect van deze exercitie zal kunnen zijn dat misschien ook de (illegale) invoer van wapens onder controle kan worden gebracht. De frekwentie waarmee gewapende overvallen worden gepleegd, wijst erop dat het illegale vuurwapenbezit schrikbarende proporties heeft aangenomen.

Het besef dat wij - wat betreft de criminaliteit en het druggebruik - met een internationale trend te maken hebben, mag ons er niet van weerhouden ons te bezinnen op wat er zich in de Curaçaose samenleving de afgelopen decennia heeft afgespeeld en wat de gevolgen daarvan zijn geweest. Het zou immers al te gemakkelijk zijn de verantwoordelijkheid op anderen af te schuiven en al de problemen waar men nu Mee zit op het canto schrijven van het feit dat onze samenleving een open samenleving is, blootgesteld aan buitenlandse invloeden via allerlei moderne media, inclusief het Internet.

Men ontkomt er niet aan zich arte vragen wat er met en in deze samenleving is gebeurd.

Ik zal in het hiernavolgende een poging ondernemen om daar schetsmatig een antwoord op te geven.

Bij een terugblik op wat tot nu toe in dit hoofdstuk over de Curaçaose samenleving in de 20ste eeuw aan de orde is gesteld, valt het op dat overwegend over veranderingen is gesproken: er waren veranderingen in de sociale en de economische structuur, in de samenstelling van de bevolking naar etnische en geografische afkomst.

Er deden zich interne processen voor als verticale mobiliteit, die zich manifesteerden in sociale positieverbetering van een deel van de oude kernbevolking. Sociale stijging schept echter dikwijls onzekerheid over het met de nieuwe positie verwachte gedrag en door de afstand die dat schept tot de eigen familie. Bij gebrek aan rolmodellen binnen de eigen samenleving wordt men gemakkelijk beïnvloed door externe rolvoorbeelden, aangedragen door o.a. de reclame en door de televisie die een op de "Amerikaanse middle class" geijkte consumptieve levenswijze laat zien.

Het begrip materialisme dringt zich in deze context op. De oriëntatie op het materiele, die hierin tot uiting komt, zal nog aan de orde gesteld worden.

Er deden zich ook horizontale verschuivingen voor: met de komst van de olie ontstonden nieuwe buurten van inheemse en geïmmigreerde arbeiders uit de omringende eilanden; deze buurten raakten in de jaren 50 en 60 in verval, waarna een gedeelte van de bewoners naar nieuwe volkswoningwijken trok, als Brievengat, Koraal Specht, Seru Fortuna, Montaña Abou om de wijken te noemen die in de loop van de tijd het meest de aandacht hebben getrokken wat betreft de problemen die door de nieuwe bewoners op het punt van de handhaving van de openbare arde hebben gegeven. In de oude wijken werd de plaats van degenen die weggetrokken waren door meer marginale gezinnen ingenomen, wat het proces van verval versnelde. Verschillende van deze buurten kwamen in een neergaande spiraal terecht. Dit geldt niet alleen voor perifere wijken rondom Willemstad, maar ook voor vanouds ordelijke wijken in b.v. de stadswijk Otrobanda.

Wat Otrobanda betreft was het verval ook een gevolg van het verschijnsel dat degenen die tot enige welstand waren gekomen uit de stad wegtrokken en zich vestigden in de comfortabele villawijken, die rondom Willemstad ontstonden:

Van Engelen, Damacor, Matancia, Kas Grandi, Jan Sofat etc.

Curaçao is sedert de jaren 20 een dynamische, onrustige samenleving geweest.

Een belangrijk gevolg van de aangehaalde verande-ringen en de verplaatsingen van de bevolking is dat de "social fabric" van de samenleving er in niet geringe mate door werd aangetast en soms zelfs geheel werd tenietgedaan.

Het wijdvertakte sociale netwerk binnen de familie, een structuur die enigszins doet denken aan de "extended family", desintegreerde vanwege de ruimtelijke en sociale schaalvergroting.

Op buurtniveau leidde de trek naar andere woonwijken tot een verslapping van de gedeelde sociale verantwoordelijkheid, waar een grote mate van sociale controle van uitging. Grootmoeders, ooms en tantes, oudere broers en zusters, neven en nichten, buren en andere bekenden hielden het systeem in evenwicht, zeker wat betreft de opvoeding van de kinderen. Het was heel normaal dat men het kind van een ander uit de buurt tot de orde riep als hij zich misdroeg. De nieuwe bewoners pasten echter niet in dit sociaal netwerk van gedeelde verantwoordelijkheid.

In de nieuwe wijken waar mensen uit verschillende buurten bij elkaar kwamen te wonen, ontbrak iedere vorm van collectief bewustzijn; de mensen waren vreemden voor elkaar en voelden zich ook niet verantwoordelijk voor elkaar en voor het sociale leven in de buurt.

De desintegratie van oude sociale netwerken versterkte het individualisme dat reeds door het moderniseringsproces was ingeluid.

Dwars door dit alles heen speelt de gerichtheid op het materiele, een gevolg van de mogelijkheden die de economische ontwikkelingvoor sommigen had geschapen. Ik merkte al op dat zij zich spiegelden aan de consumptieve levensstijl van de Amerikaanse "middle class" . Op eilandelijk niveau zijn zij zelf op hun beurt een voorbeeldfunctie gaan vervullen.

Ik noemde in dit verband ook de rol van de media. Vooral door radio en televisie wordt het bezit van consumptiegoederen, als bijvoorbeeld fancy-kleding van gerenommeerde merken, auto's, elektronica en andere materiele zaken op zo'n indringende wijze aangeprezen dat het een normatief karakter krijgt.

Bij velen blijkt de sociale waardering niet te wortelen in de innerlijke waardigheid van de persoon, maar in het bezit van materiele zaken. Er is sprake van demonstratief tonen van een materiele (schijn)welstand, die geacht wordt sociaal aanzien te scheppen. Het materialisme is met andere woorden hoogtij gaan vieren ten koste van andere waarden.

Men spreekt van normverval, een uitspraak die vooral wordt ingegeven door de toegenomen criminaliteit. Door het onveiligheidsgevoel is men vooral geconcentreerd geraakt op het niet naleven van bepaalde normen die voor een beperkt gebied gel den en vergeet men dat andere waarden niet uit de samenleving zijn verdwenen.

Ik meen in dit verband erop te moeten wijzen dat bij de grote meederheid van de bevolking geen sprake is van een van de traditionele religieuze en sociale waarden afwijkend gedrag.

Toch kan men niet ontkennen dat er minstens van normverschuiving gesproken moet worden, een verschuiving van immateriële (spirituele, religieuze, culturele) waarden naar materiele waarden. In dit verband kan men zich afvragen of de kerken niet gefaald hebben in de overdracht van de traditionele religieuze en ideële waarden. Indien er van een falen gesproken kan worden dan ligt dat vooral in de sfeer van het hanteren van een verouderde, afgezaagde retoriek die de mensen niet meer aanspreekt.

Maar niet minder belangrijk is de voortschrijdende secularisatie. De godsdienstsocioloog Harvey Cox merkte terecht op dat verstedelijking en modernisering tot secularisatie leiden. Ontwikkelingen in Europa en de Verenigde Staten bevestigen deze visie (Cox, 1966). Ook Curaçao is tengevolge van het moderniseringsproces sterk geseculariseerd. Het leven wordt steeds minder door religieuze waarden beheerst; de godsdienst wordt steeds meer uit de samenleving verdrongen. Traditionele kerkelijke feestdagen als Kerstmis hebben een erg profaan karakter gekregen. Goede Vrijdag is voor velen een extra vrije dag om "naar de baai te gaan".

Deze processen maken deel uit van de "de maalstroom" waarin wij terecht gekomen zijn.

Aart Broek merkte eens op dat men niet tegen de stroom in kan roeien en nog minder de noordoost-passaat de andere kant uit laten waaien (Broek,1995). Maar wij kunnen wel proberen de stroom te kanaliseren en van de passaat gebruik te maken, zoals wij dat in de huizenbouw al eeuwen gedaan hebben. Daar zullen echter aan tijd en plaats aangepaste vormen voor ontwikkeld moeten worden. Daarvoor zal aan begrippen als "waarden" en "normen" een eigentijdse inhoud gegeven moeten worden. Zij worden nu te veel als "vaandels" gebruikt waar op gezette tijden in nostalgisch terugkijken of om andere, dikwijls oportunistische redenen Mee gezwaaid wordt zonder er inhoudelijk op in te gaan.

Dat vergroot alleen maar de reeds bestaande verwarring.