You are here

IV.6 Een Creoolse Cultuur

  • Sharebar

De contactsituatie die ik hierboven heb geschetst resulteerde uiteindelijk in een vergaande amalgamering van de oorspronkelijke culturen van de verschillende bevolkingsgroepen en in de totstandkoming van een creoolse cultuur, met uitlopers naar Afrika en naar Europa. Een creoolse cultuur die op het eerste gezicht veel gelijkenis vertoont met de Europese cultuur, maar ten aanzien van verschillende zaken daar ook aanmerkelijk van kan afwijken. Ik wil b.v. wijzen op de beleefdheidsnormen (een Curaçaoënaar zal b.v. nooit een cadeau in het bijzijn van de gever uitpakken), omgangsvormen (mannen omhelzen elkaar), de keuken en eetgewoonten (de "funchi", een brei van maismeel, als toespijs in plaats van aardappelen of rijst), de "stobá, (een stoof van geiten- of schapenvlees) etc.

Er zijn gronden om aan te nemen dat deze cultuur in de eerste decennia van de 19de eeuw al zijn grondvorm had gevonden. Uit gedrukte teksten van het "Papiamentu", de exponent bij uitstek van deze creoolse cultuur, blijkt dat deze taal omstreeks 1830 reeds de structuur vertoonde die zij nu heeft (Declaracion Cortico di Catecismo, 1837, Martinus,1971/72).

De Papiamentutekst van deze catechismus kan zonder enige moeite heden nog gelezen worden.

Een ander punt waar ik op zou willen wijzen is de muziek, in het bijzonder de Curaçaose wals, waarvan de Curaçaose musicoloog Edgar Palm het ontstaan omstreeks het midden van de 19de eeuw plaatst (Palm,1967).

"Funchi" was toen al algemeen in gebruik. Van Dissel meldt in 1857 dat ook hij en andere Europeanen dit gerecht aten met geiten- of schapenvlees (Van Dissel,1857).

Het "Papiamentu" was in het begin van de 19de eeuw al wijd verbreid. Van Paddenburg, de landsonderwijzer die in 1816 op Curaçao aankwam en het "Papiamentu" niet bepaald gunstig gezind was, schreef in 1819: "Niet alleen de Negers, Mulatten en andere kleurlingen spreken dit jargon, maar ook de blanken, vooral de blanke Creolen, wier kinderen, door negerinnen gezoogd, door deselve de eerste indrukselen ontvangende, niets dan creools spreken "

Over de taalsituatie toen op het eiland merkte hij verder op: "In verscheidene huisgezinnen is het Nederduitsch zoo bekend als het Arabisch, en echter rekenen zij zich van Nederlandsche afkomst." (Van Paddenburg,1819).

Zijn opmerkingen over de rol van de zwarte verzorgster bij de overdracht van het "Papiamentu" sluit geheel aan op wat eerder is gezegd over de rol van de "Yaya" toen en later in de 19de en 20ste eeuw.

Ik stelde hierboven dat de creoolse cultuur, in feite een amalgamering van de Europese en Afrikaanse culturen is. Zij vertoont derhalve uitlopers naar Afrika en Europa.

Aangezien door de dominante positie van het blanke segment het ontstaan van deze creoolse cultuur vooral gezien moet worden in termen van een ongewilde afrikanisering van de oorspronkelijke "Hollandse" en "Iberische" cultuur van de blanken, komt het mij zinvol voor de Afrikaanse culturele invloeden in de Curaçaose samenleving nader onder de loep te nemen.