You are here

V.5 Parallellen

  • Sharebar

De globale schets die hierboven is gegeven van de beschrijving van de "sub- culture of poverty", zoals die gedistilleerd kan worden uit 'de publicaties van Lewis, roept parallellen op met de situatie waarin een groot gedeelte van het Afro- Amerikaanse volksdeel in het Caribisch gebied en op Curaçao nog leeft.

In de eerste plaats wil ik wijzen op de sociaal-economische positie van de door Lewis beschreven groepen en die van het Afro-Amerikaanse volksdeel in de Caribische maatschappijen, inclusief Curaçao.

In beide gevallen gaat het om de economisch zwakke, lagere sociale klassen. In de tweede plaats valt de gelijkenis op in de structuur van het gezin met name de centrale positie van de vrouw en de marginale plaats die de man inneemt. Maar ook in de gezinscultuur zoals die tot uiting komt in de opvoeding van de kinderen, zijn duidelijke parallellen aan te wijzen zoals wij later zullen zien als de relaties tussen kinderen en ouders aan de arde gesteld worden.

Ik wil echter eerst aandacht vragen voor de man-vrouw relatie zoals die in de theorieën van Lewis naar voren komt. Een vergelijking met de Afro-Curaçaose gezinnen laat duidelijke parallellen zien. Ook bij de Afro-Curaçaose bevolkingsgroep worden de "middle class"-normen met betrekking tot de beleving van de sexualiteit en de voortplanting, zoals die gestalte hebben gekregen in een op duurzaamheid gerichte vorm van samenleving, als nastrevenswaardig beschouwd. De concrete omstandigheden van het leven vormen echter een belemmering om deze waarden te realiseren.

Uit de onderzoeken die ik eerder aanhaalde, blijkt dat het niet-huwen van vrouwen uit de volksklasse meestal geen bewuste keuze is. Men kan niet spreken van een afwijzing van het huwelijk. Er is eerder sprake van een zich conformeren aan omstandigheden waar men zich moeilijk aan kan onttrekken. De cyclus van als natuurlijk kind geboren worden en zelfweer natuurlijke kinderen ter wereld brengen, herhaalt zich op welhaast onafwendbare wijze.

Ook hier zijn zowel historische als structurele oorzaken aan te wijzen. Gegeven de omstandigheden ontwikkelde zich gedurende de slavernij een bepaald voortplantingspatroon dat zich ook na de afschaffing van de slavernij voortzette omdat wat betreft de sociale en economische positie van de negroïde bevolking de status qua zich in grote mate gehandhaafd heeft en de concrete leefsituatie de handhaving van het patroon in de hand werkte. Er groeide met de structuur ook een bepaalde cultuur die de permanentie van dat patroon bevorderde. Gezinsstructuur en gezinscultuur zijn met elkaar vervlochten en houden elkaar in stand.

Om het bovenstaande duidelijk te illustreren kunnen wij het beste uitgaan van de relaties tussen ouders en kinderen.

Vooraf zij opgemerkt dat de algemene instelling van zowel mannen als vrouwen ten aanzien van de voortplanting gekenmerkt wordt door een verlangen naar kinderen. Kinderen geven prestige aan een man-vrouw relatie. Men heeft met andere woorden graag kinderen. Een vrouw die geen kinderen heeft gehad, voelt zich niet volwaardig. Bij de man geldt het hebben van kinderen als een graadmeter van viriliteit.

Wat betreft de relatie tussen ouders en kinderen zijn er opvallende veranderingen te constateren in de aard van de relaties en de bejegening met het ouder worden van het kind.

Er bestaat een tendens het kind in zijn eerste levenjaren te verwennen. Baby's en kleuters worden veel aangehaald, maar als het kind groter wordt krijgt het aanmerkelijk minder aandacht. Men gaat dan veel nadruk leggen op gehoorzaamheid en decorum: het kind wordt verwacht zich rustig en "netjes" te gedragen. Dit is voor ieder kind een vrijwel onmogelijke opgave, maar zeker voor een kind dat in de eerste kinderjaren is verwend. Het kind krijgt dan te horen dat het "malkría" en "mala mucha" is, wat letterlijk "slecht opgevoed" en "stout" betekent.

Maar wat ook de reden mag zijn om het kind "malkría" te noemen, tegen ongehoorzame kinderen zal men niet alleen streng maar dikwijls ook erg hardhandig optreden: het kind kan dan op een behoorlijk pak slaag rekenen, waarbij de mate waarin gestraft wordt meer afhangt van de emotionele gesteldheid van de ouder dan van de aard van het vergrijp. Wanneer de straf met een riem of een stuk touw wordt toegediend, krijgt zij een ritueel karakter.

Terwijl men zelf nogal hardhandig optreedt tegen het eigen kind, tolereert men niet dat een ander, bijvoorbeeld de onderwijzer(es), een vinger naar het kind uitsteekt. Dit stelt het onderwijzend personeel dikwijls voor een dilemma, omdat kinderen die aan slaag gewend zijn, moeilijk tot gehoorzamen kunnen worden gebracht indien zij niet hard aangepakt worden.

Ik merkte hierboven op dat het kind als baby en kleuter veel aandacht krijgt maar naarmate het ouder wordt dit steeds minder het geval is. Men ziet zelden in dit milieu dat ouders met kinderen van 5 of 6 jaar spelen. Tegen dat het kind 10 tot 12 jaar is, wordt het aan zijn lot overgelaten. Het groeit dan verder op met slechts een oppervlakkig contact met de ouders.

Het verbale contact tussen moeder en kind is gering wat tot taalarmoede leidt. Er vinden met de kinderen weinig gesprekken plaats; het verbale contact beperkt zich dikwijls tot opdrachten op commandotoon (Zephrin, 1968).

Het gevolg van een dergelijk gebrekkig contact met de ouders is, dat de kinderen in de puberteit blijven zitten met allerlei vragen die hun lichamelijke rijping oproept. Dit wreekt zich vooral bij de meisjes. Er doen zich op het sexuele vlak veel "kortsluitingen" voor waardoor tienerzwangerschap frequent voorkomt.. De problemen zijn voor de jongens niet minder groot, zij het van andere aard. Tussen 10 en 15 jaar zoeken zij hun vertier op straat en komen niet zelden in moeilijkheden. Een onderzoek heeft uitgewezen dat meer dan 50% van de klachten die bij de Kinder- en Zedenpolitie binnenkomen betrekking hebben op jongens in de leeftijd tussen 12 en 15 jaar. Zij lopen gevaar reeds op vroege leeftijd met het criminele cricuit in aanraking te komen.

Ik wil, zij het in het kort, ook ingaan op het leefklimaat in het gezin en heel summier daar enkele trekken van geven.

Wat direct opvalt, is dat er geen sprake is van een gezamelijk gezinsleven. Het gezinsleven wordt gekenmerkt door gebrek aan regelmaat. Er zijn bijvoorbeeld geen vaste tijden voor de maaltijden, voor het naar bed gaan van de kinderen enz.

De maaltijden zijn niet belangrijk in het sociale patroon van het gezin. Zij worden niet gelijktijdig en ook niet gezamelijk gebruikt. De moeder moet uit gaan werken en is meestal niet thuis als de kinderen uit school komen. De kinderen worden opgevangen door een volwassene uit de buurt of door een oudere broer of zus, die hen ook te eten moet geven. Als de moeder thuis komt, wordt er iets klaargemaakt. Het ontbreekt het gezin verder dikwijls aan huisraad om gezamenlijk de maaltijd te nuttigen.

Het zou verkeerd zijn hieruit te concluderen dat de ouder(s) niet bezorgd is (zijn) om het welzijn van het kind. Er is roer duidelijk eerder sprake van onmacht dan van onwil.

Men is bezorgd om het lichamelijke welzijn van het kind, maar ook om diens vorming, maar mist het inzicht en de instrumenten om daar op effectieve wijze iets aan te doen.

Zo worden kinderen met de geringste klachten meegenomen naar de dokter en er heerst een welhaast magisch geloof in de kracht van moderne medicijnen, in het bijzonder in de injecties die een snelle uitwerking hebben. Maar indien bijvoorbeeld een antibioticumkuur wordt voorgeschreven, wordt de kuur niet afgemaakt; met het verdwijnen van de klachten houdt men ermee op.

Men ziet daarnaast graag dat de kinderen vooruitkomen in het leven en men hecht dan ook veel waarde aan het onderwijs. Maar de school blijft, door het verschil tussen de huiselijke cultuur en de schoolcultuur, een geheel opzichzelfstaand leerinstituut. Het onderwijs dat op Nederlandse leest geschoeid is, gaat uit van uitgangspunten die weinig aansluiting vinden bij dit sociaal en cultureel anders gericht milieu.

Het percentage "drop outs" is dan ook erg hoog, wat zijn weerslag heeft op de werkloosheid en helaas de toegenomen criminaliteit.

De laatste tijd treft men wel, onder invloed van uit Europa en de Verenigde Staten overgewaaide, feministische ideeën bij de vrouw in de " middle class" een bewust gekozen ongehuwde moederschap aan, de z.g. BOM-moeder. Dit verschijnsel beperkt zich echter tot enkele uitzonderingsgevallen.

Tot zover enkele theorieën over het z.g. Caribische gezinstype. Laten wij nu terugkeren naar het West-Europese gezin dat als ideaal werd gesteld.