You are here

V.6. Het Ideaalbeeld Geschonden?

  • Sharebar

De beschrijving van Michael Smith van de man-vrouw relaties op verschillende Caribische eilanden, die hierboven werd aangehaald, roept onafwendbaar gelijkenissen op met de jongste ontwikkelingen die in West-Europa (en de Verenigde Staten) zijn waar te nemen.

Naar huidige West-Europese termen zou men immers de verschillende gezinsvormen die hij heeft beschreven ook kunnen typeren met een l.a.t.- (living apart together) relatie, die uitloopt in een ongehuwd samenwonen, danwel uitmondt in een gehuwd samenwonen. Tenslotte kan het zijn dat de partners na enige tijd in onderlinge overeenstemming uit elkaar gaan.

Een belangrijk verschil waar echter op gewezen moet worden is dat in West- Europa het niet-huwen dikwijls een bewuste keus is. Daarnaast is er meestal sprake van een achterliggende gedachte van duurzaamheid van de relatie met het oog op de opvoeding van de kinderen die uit een dergelijke relatie geboren mochten worden.

Aan die duurzaamheid wordt aan de andere kant niet meer die (bijna absolute) waarde toegekend die de man-vrouw verhoudingen in de eerste helft van deze eeuw nog heeft gekenmerkt.

Men moet toegeven dat het "Gezinsportret uit de 20ste eeuw" door de huidige pluriformiteit die in de man-vrouw-relatie wordt aangetroffen een door de eeuwen heen geschonden weergave is geworden van het 17de-eeuwse ideaalbeeld. Voor een picturale uitbeelding van de huidige stand der zaken zou men minstens een drieluik moeten schilderen. N aast continuïteit valt nogal wat verandering te constateren.

Bij de opening van "Het Jaar van het Gezin" in 1994 te Den Haag werd een mijns inziens meer aan de hedendaagse realiteit aangepaste omschrijving van een gezin gegeven.

Een gezin werd omschreven als een samenlevingseenheid waarin kinderen worden opgevangen, verzorgd en opgevoed. In deze omschrijving heeft men ruimte gelaten voor pluriformiteit en flexibele overgangen tussen de verschillende samenlevingsvormen die tegenwoordig worden aangetroffen.

Deze omschrijving gaat uit van een werkelijkheid die duidelijk haaks staat op de normatieve instelling die tot enkele decennia terug had gegolden.

Het normatieve aspect dat het "Gezinsportret" uit de 16de eeuw uitstraalde en nog in het hierboven aangehaalde trefwoord van de grote Winkler Prins wordt aangetroffen, is op de achtergrond geraakt.

Voor ons onderwerp is het van belang op te merken dat de eerder als deviant beschouwde gezinsvormen van het negroïde volksdeel van de Caribische samenlevingen structureel steeds dichter bij de samenlevingsvormen tussen man en vrouw, die zich in West Europa, met name in Nederland, voordoen, zijn komen te liggen.

In de omschrijving die ik hierboven aanhaalde, heeft de normatieve waardering plaatsgemaakt voor een discriptieve omschrijving van de man-vrouw- relaties binnen de context van de voortplanting, waarbij rekening wordt gehouden met de pluriformiteit die zich op dat gebied voordoet. Het leven laat zich niet vastleggen in schabloon-structuren.

De recente ontwikkelingen in West-Europa zullen mijns inziens als logische consequentie een herwaardering van de Caribische samenlevingsvormen tussen man en vrouw tot gevolg moeten hebben. Ook hier zal de normatieve benadering plaats moeten maken voor een meer objectieve visie, die de basis kan leggen voor een pragmatische vorm van hulpverlening die uitgaat van de werkelijkheid. Aandacht verdient daarbij vooral de positie van de natuurlijke, niet-erkende kinderen. Zij vallen nu tussen wal en schip. Het gaat echter om omstreeks 25% van het aantallevendgeborenen per jaar. In een lezing voor de Sentro di Dama is daaraan door Best uitvoerig aandacht besteed (Best, 1991)

Kunneman dringt terecht aan op een oplossing die recht doet aan de Caribische situatie, die in grote trekken ook voor de Nederlandse Antillen geldt (Kuneman, 1992).

Recente uitspraken van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba wijzen op een kentering in de bejegening van de natuurlijke, niet- erkende kinderen in de richting die hier wordt voorgestaan. Ik wil in dit verband wijzen op de beschikking dd. 27 januari 1994, No.41/94, waarbij de rechter, rechtsprekende in Eerste Aanleg, afrekende met bepaalde, discriminatoire bepalingen ten aanzien van deze categorie kinderen, o.a. met de bepaling dat alimentatievorderingen ten behoeven van de naturlijke, niet- erkende kinderen aan een verjaringstermijn onderworpen zijn. (artikel4 79, lid 2, BWNA). Deze bepaling achtte de rechter in strijd met artikel 26 van het Internationaal Verdrag van New York inzake de Burgerrechten en Politieke rechten van de mens. Dit artikel bepaalt immers dat allen voor de wet gelijk en zonder discriminatie recht hebben op gelijke bescherming door de wet. Deze beschikking van de eerste rechter werd later door het Hof van Justitie in een uitspraak van 28 juni 1994 bevestigd (Beschikking No. 268/94)

Een tweede, vrij recente, in dit verband belangrijke uitspraak, is die waarbij de rechter oordeelde dat, ook in het geval van een natuurlijk, niet-erkend kind in de verhouding tussen de vader en het kind sprake kan zijn van "family life" in de zin van het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens.

De vaders worden op deze wijze dwingend betrokken bij de opvoeding van de kinderen, al is het alleen maar in de vorm van een onderhoudsbijdrage.

Per geval moet dan worden onderzocht of er, naast de uiterlijk gemakkelijk waarneembare structurele aspecten, niet ook van andere, meer affectieve relaties in de man-vrouw-kind structuur binnen de verschillende samenlevingsvormen sprake is. Dit veronderstelt wel dat onbevooroordeeld onderzoek zal moeten plaatsvinden om oplossingen aan te dragen voor de specifieke problemen, waarvoor de verschillende varianten in de man-vrouw relaties, die in onze samenleving voorkomen, ons stellen.

Tenslotte komt het mij voor dat met betrekking tot de man-vrouw-kind relaties in samenlevingsvormen die gekenmerkt worden door het ongehuwd samenwonen van man en vrouw men zich kan afvragen of er bij deze, in de Anglo-Saksische literatuur als "common law marriage" aangeduide samenlevingsvorm, niet sprake kan zijn van gewoonteregels die de relaties tussen man en vrouw beheersen. Bij het ongehuwd samenwonen zal men bij de lagere sociale strata van de Curaçaose samenleving uiteraard niet een "convenant" aantreffen, dat ligt buiten hun gezichtsveld. Maar zullen er niet door alle partijen aanvaarde gewoonteregels zijn die de relaties beheersen en waar voor betrokkenen een zekere bindende kracht van uit gaat?

De tijd dat men ervan uitging dat "negers" geen eigenlijk familieleven kennen en kan spreken van "de ontregelmatige en voorbijgaande verhouding, waarin veelal de beide seksen met elkaar leven.." lijkt mij wel voorbij (Memorie van Toelichting op het Wetsontwerp voor de afschaffing van de slavernij in de Kolonie Suriname).

Op dit punt is zeker nader onderzoek geboden.

Per slot van rekening bestond het "Adatrecht" al eeuwen voordat het in de 19de eeuw werd ondekt.

Dit is geen pleidooi voor het zonder meer accepteren van de situatie.

wanneer men uitgaat van de hedendaagse opvattingen over de voorwaarden voor het adequaat functioneren van een moderne samenleving is het duidelijk dat een hoog percentage (50%) van natuurlijke kinderen op het totaal van de geboorten per jaar zorgen baart.

Deze kinderen lopen immers het gevaar de aansluiting te missen met de samenleving.

Het is eveneens duidelijk dat daar iets aangedaan zal moeten worden in het belang van het kind en van de samenleving.

Een vereiste daarvoor is echter dat meer inzicht wordt verkregen in de hier werkende factoren.